Hakai Magazine   | Victoria

De RangerBot beschermt het toch al veelgeplaagde Great Barrier Reef tegen de doornenkroon: een stekelige, giftige zeester. Het apparaat is bovendien een waardevolle bron van informatie.

Het zit het Great Barrier Reef ook niet mee. Het beroemdste koraalrif ter wereld kampt niet alleen met vervuiling, orkanen en aanhoudende verbleking, het wordt ook nog eens opgegeten door miljoenen zeesterren van een giftige, stekelige soort: de zogenoemde doornenkroon. Maar nu heeft de wetenschap – het lijkt haast een sciencefictionfilm – een robot ontwikkeld die korte metten kan maken met deze dreiging: een zelfsturende, zeesterren dodende onderwaterdrone genaamd RangerBot.

De doornenkroon komt van nature op het Great Barrier Reef voor, maar sinds 2010 is de populatie zo explosief gegroeid dat het dier er een ware plaag 
is geworden. Nu wordt de RangerBot in het 2300 kilometer lange rif aan het werk gezet om te helpen de populatie onder controle te krijgen. Deze killerrobot is het resultaat van meer dan tien jaar onderzoek en ontwikkeling door robotwetenschapper Matthew Dunbabin van de Queensland University of Technology, mede gefinancierd met een beurs van 750.000 dollar van de non-profittak van Google.

De doornenkroonplaag is een van de hoofdoorzaken van de koraalsterfte in het toch al veelgeplaagde Great Barrier Reef. Verscheidene factoren lijken 
eraan ten grondslag te liggen: de snelle groei en vermenigvuldiging van de zeesterren, verontreiniging door meststoffen uit de landbouw waardoor het hun larven nooit aan voedsel ontbreekt, en overbevissing door de mens, die de weinige natuurlijke vijanden van deze giftige speldenkussens uit zee heeft 
verdreven. Het bedwingen en voorkomen van nieuwe uitbraken van deze zeesterrenpopulatie kan volgens onderzoek bijdragen aan herstel van het koraal op 
het Great Barrier Reef. Vandaar dat Dunbabin een onderzoeksbeurs aanvroeg voor zijn visionaire robot. In 2005 had hij al een computersysteem ontwikkeld dat de doornenkroon op beelden met een nauwkeurigheid van 67 procent kon herkennen. De volgende stap, zorgen dat het systeem een opgespoorde zeester ook kon doden, was echter nog een hele uitdaging. Om een doornenkroon te doden moest een gifoplossing worden geïnjecteerd in elk van de pakweg twintig armen van de zeester.

De giftige speldenkussens vermenigvuldigen 
zich snel en hebben weinig natuurlijke vijanden. 
 – © Georgette Douwma/Minden Pictures