Gazeta Wyborcza  | Warschau

In Brodnica, vroeger onder Pruisische overheersing, wordt neergekeken op de inwoners van het buurstadje Rypin. Het conflict is verleden tijd, maar de beledigingen zijn gebleven.

‘Ik kom uit Brodnica, ik ben 
Teutoons.’ Iedereen die in deze Noord-Poolse stad geboren is, maakt dat meteen duidelijk, want wie niet Teutoons is, is een ‘Antek’ [verkleining van Anatol, een in Rusland populaire voornaam van Griekse oorsprong die ‘afkomstig uit het oosten’ betekent]. En dat is een schande, dat weten alle kinderen. Als grapje vragen de buschauffeurs aan ze om hun paspoort te laten zien als ze de rivier de Pissa passeren. In de negentiende eeuw vormde die de grens tussen [de grootmachten] Pruisen en Rusland, die tot 1918 samen met Oostenrijk het hele Poolse grondgebied geannexeerd hadden. Aan de andere kant van de Pissa, 25 kilometer verderop, ligt Rypin.

‘Ik voel me binnen mijn familie een beetje het zwarte schaap,’ bekent Wlodzimierz. Hij woont sinds 43 jaar met zijn vrouw in Brodnica. Hij is een Antek. Tenminste, zo wordt hij betiteld door zijn schoonfamilie. Op een keer is hij daar boos over geworden en heeft hij hen op zijn beurt uitgemaakt voor ‘Volksdeutschen’ [een negatieve benaming voor iemand van Duitse origine]. Sinds zijn trouwen is zijn vader maar één keer samen met zijn schoonfamilie bij hem op bezoek geweest, uit angst dat ze hem zouden beledigen.

‘De grenzen van de oude bezette gebieden zijn van de kaarten verdwenen, maar in onze hoofden zitten ze nog wel,’ zegt Wlodzimierz. ‘Ik vind het belachelijk, maar er is bijna geen kruid tegen gewassen.’ Hij was aangenaam verrast toen een priester uit Brodnica in zijn preek de parochianen bekritiseerde die de inwoners van Rypin 
belachelijk maken. Dat is christenen onwaardig gedrag, had hij gezegd. Een kapelaan weet nog dat toen hij vorig jaar had gevraagd waar het werkloosheidscijfer het hoogste ter wereld was, een jongen in de microfoon had geroepen: in Rypin! Waarop de hele kerk in lachen was uitgebarsten.

Jacek Schmidt, cultureel antropoloog aan de Adam Mickiewicz-universiteit in Poznan bevestigt dat de oost-westscheiding tussen ‘Polen A en Polen B [waarbij A, het westelijk deel dat onder Pruisen viel, het rijkst was] geen bedenksel van politicologen is om daarmee de verkiezingsuitslagen te verklaren. De negentiende-eeuwse grenzen zijn nog altijd niet verdwenen.’

Gynaecoloog Marian Marciniak vertelt dat hij op een keer een stel voor een bevalling naar Rypin wilde sturen. ‘O nee, dokter,’ zeiden ze, ‘dan gaan we wel ergens anders heen, ook al is dat 80 kilometer verderop. Zou u willen dat uw kind in Rypin geboren werd? Dat zou voor de rest van zijn leven een smet op zijn papieren zijn.’ Bij de kraamafdeling van het ziekenhuis in Brodnica bevestigen ze dat de inwoners niet in Rypin willen bevallen. Als de afdeling voor onderhoud gesloten 
is, zijn ouders bereid om kilometers verder te rijden om maar niet naar Rypin te hoeven.

Marciniak heeft altijd wel een anekdote te berde te brengen over de Anteks. Als hij vrienden uit Warschau – dus uit het voormalige Russische deel – op bezoek krijgt, brengt hij ze in herinnering dat de Teutoonse ridders al in de dertiende eeuw toiletten hadden. Terwijl de Anteks pas in 1938 de latrine ontdekten. Net als de meeste ‘Teutonen’ van nu zegt hij dat het 
conflict met de Anteks verleden tijd is, maar dat de verschillen blijven. Teutonen zijn bijvoorbeeld weinig spraakzaam, het zijn meer doeners en ze 
zijn niet zo familiegericht. Zelfs als de broers en zussen bij elkaar in de buurt wonen, lopen ze niet zomaar bij elkaar binnen en zien ze elkaar vooral als er iets te vieren valt. Bij de Anteks ligt dat precies andersom. Teutonen hebben ook andere woorden en andere eetgewoonten. Zo drinken ze hun koffie met een sznek [van het Duitse Schnecke (slak), een soort rozijnenbroodje]. In Brodnica zijn ze zuinig, om niet te zeggen krenterig, terwijl de Anteks voor bijvoorbeeld een trouwerij al hun geld erdoor jagen.