360 | Amsterdam

Blijft er dan niets meer over van de mannenwereld? Geen spaander, riepen wij en legden de laatste hand aan een artikel uit de Aeon, waarin emeritus-curator biologische antropologie (dat dan weer wel) Robert D. Martin nog een machodroom om zeep helpt.

De eicel is geen passieve ontvanger die ligt af te wachten tot de meest gespierde, best getrainde, goed gecoiffeerde spermatozoïde beweging in de zaak komt brengen. Hij kan niet eens op eigen kracht zwemmen. Martin heeft het over een ‘zware militaire hindernisbaan’ die 250 miljoen zaadcellen moeten afleggen om het doel te bereiken. De zaadcel die deze helse tocht overleeft mag dan sterker zijn dan zijn zwakkere broeders met fysieke afwijkingen, maar verder is zijn triomf slechts gebaseerd op een willekeurige selectie van intacte spermatozoïden.

Geen idee of die ene onoverwinnelijke zaadcel inderdaad een belangrijk onderdeel van ‘s mans identiteit vormt, maar volgens Martin is het sprookje een ‘overblijfsel uit ons seksistische verleden’ en zelfs ‘een beledigende mannelijke fantasie, gebaseerd op onjuiste informatie’. Hij is nog niet klaar: ‘Dit soort bevooroordeelde informatie staat belangrijke ontwikkelingen in de behandeling van onvruchtbaarheid, bij zowel mannen als vrouwen, in de weg.’

Hij vergiste zich in die ruimte, die is er namelijk helemaal niet, of hopelijk, nog niet

Zo verwoestend als #MeToo dit jaar voor verschillende reputaties geweest is, zal het doorprikken van deze mythe niet zijn, maar het telt op. Bovendien komt het de ramkoers van de hashtag misschien wel goed van pas. Voordat er nieuwe, gelijkwaardige verhoudingen kunnen worden opgebouwd moet alles eerst blijkbaar worden platgebrand.

Vorige week was de journalistiek aan de beurt. Hoofdredacteur Ian Buruma legde zijn functie bij de New York Review of Books neer. Hij werd doelwit van het onlinevolksgericht om de publicatie van één essay geschreven door de van seksueel wangedrag beschuldigde Canadese radio-dj Jian Ghomeshi. Buruma bood hem ruimte te beschrijven wat er gebeurt als je diep valt na veroordeeld te zijn op het schavot van de sociale media. Hij vergiste zich in die ruimte, die is er namelijk helemaal niet, of hopelijk, nog niet. Vreemd genoeg ging het in de reacties op zijn aftreden geen enkele keer over de kwaliteit van het stuk, die in tijdschriftenland de enige reden voor het wel of niet publiceren zou moeten zijn. Ook onduidelijk is waarom hij zo snel de aftocht blies. Misschien vanwege een vooruitschrijdend inzicht dat voor de discussie die hij wil voeren de tijd nog niet rijp is. Want de discussie is vooralsnog van #MeToo alleen.