The New York Times   | New York  

Niger slaagde er met geld uit Europa in het aantal vluchtelingen dat Libië bereikt drastisch terug te dringen. Maar de voordelen voor het land zelf zijn ver te zoeken.

De zwaar bewapende regeringstroepen zijn gelegerd rond oases in de uitgestrekte woestijn in het noorden van Niger, waar het kwik gewoonlijk boven de 40 graden stijgt. Hoewel zowel Al-Qaida als IS actief zijn in de regio, is de missie niet bedoeld om het jihadisme te bestrijden. De Nigerese soldaten zijn hier om de strijd aan te binden met de smokkelaars die vluchtelingen vervoeren door deze onmetelijke, kale zandvlakte die slechts af en toe wordt onderbroken door een eenzame boom. De migranten hopen buurland Libië te bereiken, om van daaruit de gevaarlijke – in veel gevallen dodelijke – oversteek naar Europa te wagen. De tol van de militaire missie is hoog: sommige smokkelaars zijn gewapend, er bevinden zich militanten in het gebied en het terrein is ongenadig: na iedere missie, die twee weken duurt, moeten de banden van vijftig trucks worden vervangen, omdat ze zijn versleten door de rotsachtige, verschroeiend hete zandbodem. Maar het militaire optreden heeft vruchten afgeworpen: Niger is erin geslaagd het aantal vluchtelingen dat via Nigerees grondgebied Libië bereikt, drastisch terug te dringen.

Zak geld

Niger krijgt hiervoor een grote zak geld van Europa, dat erop is gebrand de migrantenstroom in te dammen. Eind 2017 zegde de Europese Unie het 
Afrikaanse transitland 1 miljard euro toe, waarvan honderden miljoenen voor antimigratieprojecten zijn bestemd. Duitsland, Frankrijk en Italië bieden individueel ook financiële steun. Dit migratiebeleid maakt deel uit van een veel bredere Europese strategie om de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Daaronder valt ook de Turkije-deal uit 2016, waarmee miljarden euro’s zijn gemoeid, en de financiële steun van 100 miljoen euro aan hulporganisaties in Soedan.

Italië wordt ervan beschuldigd milities in Libië geld toe te schuiven om vluchtelingen van de overtocht te weerhouden. En hier in Niger beweert de legertop verbolgen dat Frankrijk een ex-rebel heeft gesteund die nog altijd een veiligheidsrisico vormt, waarmee het 
duidelijk te kennen geeft dat het de migratiestop hoger in het vaandel heeft dan de veiligheidssituatie van het Afrikaanse land.

Sinds Niger in 2015 een wet tegen mensensmokkel heeft aangenomen, hebben militairen de opdracht gekregen smokkelaars te arresteren en vast te zetten, hun voertuigen te confisqueren en de vluchtelingen over te dragen aan de politie of de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De migranten krijgen de keuze hun tocht voort te zetten, met het risico opnieuw te worden opgepakt, of een gratis terugreis naar hun vaderland te accepteren.

De nieuwe wet had meteen effect. Op het hoogtepunt, in 2015, reisden wekelijks vijf- à zevenduizend migranten via Niger naar Libië. Door de mensensmokkel te criminaliseren is dat aantal, volgens schattingen van de IOM, inmiddels geslonken tot duizend. Tezelfdertijd verlaten steeds meer migranten Libië vanwege de erbarmelijke veiligheidssituatie en het racistische geweld waarmee Afrikanen uit landen bezuiden de Sahara worden geconfronteerd. Als gevolg daarvan is de stroom vluchtelingen die in omgekeerde richting beweegt, op dit moment zelfs groter dan de vluchtelingenstroom náár Libië, aldus de IOM.