STAT  | Boston

Doe-het-zelfbioloog (zijn eigen woorden) Daniel Grushkin tempert het alarm van het openingsartikel van dit dossier. ‘Er is nog nooit een biohacker geweest die een pandemie heeft veroorzaakt.’ Het gaat volgens hem om de toegang tot kennis.

Sommige mensen noemen mij een biohacker. Mijn collega’s houden van dat woord omdat het stoer klinkt en journalisten omdat het lezers trekt. Ik noem mezelf liever gemeenschapsbioloog, doe-het-zelfbioloog of burgerwetenschapper, woorden die allemaal hetzelfde betekenen.

The New York Times publiceerde onlangs een artikel waarin werd gewaarschuwd voor biohackers die werken met CRISPR, een methode om kleine en heel gerichte wijzigingen in DNA aan te brengen. Aan de hand van verschillende nieuwsfeitjes, zoals de eigenaar van een biotechbedrijf die zich injecteerde met een zelfgemaakt middel tegen herpes, wetenschappers aan de Universiteit van Alberta die een pokkenvirus hebben gemaakt en het werk in mijn eigen buurtlab in Brooklyn, schetst het artikel een beeld van biohackers die in alle stilte de ondergang van de wereld voorbereiden. Zoals de auteur het aankondigde op Twitter: ‘Die populaire biohacker die met een GoPro-camera op zijn hoofd experimenten livestreamt vanuit zijn garage? Ja, zelfs hij maakt zich zorgen. Mijn nieuwste artikel voor @nytimes 
over de weg naar een doe-het-zelfpandemie.’

Maar in werkelijkheid hebben buurtlabs zoals dat van ons meer te maken met voorlichting en onderwijs dan met het griezelige onderzoek dat het artikel suggereert. Zo’n lab, of ‘biohackerspace’, is een plek waar mensen van de meest uiteenlopende leeftijden en pluimage hun kennis over biotechnologie kunnen vergroten, samen aan projecten kunnen werken en kennis en apparatuur met elkaar kunnen delen.

Het is niet de eerste keer dat een gerenommeerde krant een reportage over zogenaamd sinistere biohackers publiceert. Toen een wetenschappelijk tijdschrift in 2012 een rel had veroorzaakt met de publicatie van een universitaire studie die gebruikt zou kunnen worden om een gevaarlijke griepvariant te ontwikkelen, kopte The New York Times: ‘Amateurbiologen nieuwe dreiging als bron voor gemuteerd griepvirus’. Maar zes jaar na dato heeft nog geen enkele biohacker een nieuwe pandemie veroorzaakt. Voor zover ik weet, is er zelfs niet één die met het griepvirus heeft proberen te werken.

Samen met Todd Kuiken van de North Carolina State-universiteit bestrijd ik dit soort fabeltjes in een rapport van het Woodrow Wilson Center, getiteld ‘Zeven fabeltjes en de werkelijkheid over doe-het-zelfbiologie’. Het recept voor zulke krantenartikelen is doodeenvoudig. Neem een nieuwe technologie waarover onrust bestaat. Voeg er wat onbevestigde geruchten aan toe over amateurs die buiten de universitaire en bedrijfslaboratoria met die technologie in de weer zijn. Strooi er nog wat citaatjes van veiligheidsexperts overheen. En laat de sociale media verder het werk doen.

Het probleem met zulke artikelen is dat ze al het goeds dat buurtlabs te bieden hebben – zowel op economisch als op wetenschappelijk en onderwijsvlak – ondergeschikt maken aan de veiligheid. In goede berichtgeving moet je de gevaren afwegen tegen 
de voordelen. Moet je erkennen dat er veel grotere risico’s schuilen in het voorbehouden van wetenschappelijke expertise aan geaccrediteerde wetenschappers of ‘bevoegde’ beoefenaren, zoals Harvard-wetenschapper George Church in het artikel oppert. Het beperken van de toegang tot kennis zet niet alleen een rem op innovatie, maar drukt ook ieder maatschappelijk debat over de inzet van nieuwe 
biotechnologie de kop in.