The New York Times  | New York

Onorthodoxe aanpak van dementie in Nederland heeft de kolommen van The New York Times gehaald. Geen bedrust of kalmeringsmiddelen, maar een (nep)busreisje of een (nep)dagje naar het strand.

‘We zijn verdwaald,’ zegt Truus Ooms, 81, tegen haar vriendin Annie Arendsen, 83, terwijl ze in de bus zitten.

‘U bent de chauffeur, dus u weet vast wel waar we zijn,’ zegt mevrouw Arendsen tegen Rudi ten Brink, 63, die achter het stuur zit.

Maar ze maakt een grapje.

De drie zijn dementiepatiënten in een zorginstelling in het oosten des lands. Hun ritje in de bus – over een vlakke plattelandsweg met bomen aan weerszijden – is een simulatie die verschillende keren per dag 
op drie videoschermen wordt vertoond. De simulatie is onderdeel van een onorthodoxe aanpak van dementie waarmee Nederlandse artsen en zorg-
verleners vooroplopen in de wereld. Ze schrijven niet langer bedrust, medicatie en – in sommige gevallen – fysieke beperkingen voor, maar gebruiken de kracht van ontspanning, jeugdherinneringen, 
zintuiglijke hulpmiddelen, kalmerende muziek, zogenaamde gezinsclusters en andere middelen om bewoners te kalmeren en te stimuleren.

Gedeelde ervaring

‘Hoe minder stress, hoe beter,’ zegt dr. Erik Scherder, neuropsycholoog aan de Vrije Universiteit en een van Nederlands bekendste behandelaren van dementiepatiënten. ‘Als je stress en ongemak kunt verminderen, heeft dat onmiddellijk fysiologisch effect.’

Door busreisjes of dagjes naar het strand te simuleren – zoals een zorginstelling in Haarlem doet, niet ver van het echte strand – komen patiënten bij elkaar. Door de gedeelde ervaring raken ze aan de praat over vroegere uitstapjes en hebben ze even 
vrijaf van hun dagelijks leven.

Dementie, een naam voor een groep verwante 
aandoeningen, uit zich in een sterke afname van hersenfuncties. De ziekte berooft mensen van hun geheugen en hun persoonlijkheid. Families raken hun dierbaren kwijt, terwijl middelen, geduld en geld worden uitgeput.

Zo’n 270.000 Nederlanders – grofweg 8,4 procent 
van de 3,2 miljoen inwoners van 64 jaar en ouder – lijden aan dementie, en de overheid verwacht dat dat aantal de komende 25 jaar zal verdubbelen.

De afgelopen jaren geeft de overheid de voorkeur aan financiering van thuiszorg in plaats van verpleeghuiszorg, en daarom wonen veel mensen met dementie in een woonzorgcomplex. In dat soort 
particuliere, maar door de overheid gefinancierde centra wonen over het algemeen mensen die in een vergevorderd stadium van dementie verkeren.