Público | Madrid

Santiago Abascal van Vox is hard op weg naar 
het Spaanse parlement. Maar eerst nog even vrienden worden met Viktor Orbán.

Santiago Abascal zit waarschijnlijk binnenkort op het pluche. 
De voormalige leider van de 
Baskische Partido Popular en huidige politieke leider van de extreemrechtse partij Vox heeft een plan uitgedacht dat hem na de volgende landelijke 
verkiezingen – wanneer die worden gehouden is nog onduidelijk – in het Congreso de los Diputados [het Spaanse parlement] moet brengen.

Maar eerst is er de lakmoesproef: de Europese 
Parlementsverkiezingen in mei 2019. Abascal hoopt dan te kunnen optrekken met ultraconservatieve Europese leiders als de Hongaarse premier 
Viktor Orbán.

Stapje voor stapje. Peiling na peiling. Hoe dichter de stembusgang nadert, hoe rooskleuriger de peilingen worden voor Vox. Abascal droomt niet van [de premierswoning] La Moncloa, hij wil de sleutel naar het parlement zien te krijgen. Dit is geen sprint. Dit is een marathon. Het is voor het eerst dat het Centro de Investigaciones Sociológicas [Sociaal Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut] de partij in zijn maandelijkse barometer vermeldt, met 1,4 procent van de stemmen.

Santiago Abascal, Jose Ostega Smith, Rocio Monasterio en Ortega Lara van de extreemrechtse partij Vox op een partijbijeenkomst in het Palacio de Vistalegre in Madrid. 
© HH