The New York Times   | New York  

De door droogte bedreigde baobabboom wordt aanbeden in Senegal. 
De bomen dienen als gemeentehuis waar pasgeboren baby’s hun 
naam krijgen en waar geschillen worden beslecht. Bovendien zou 
de apenbroodboom over bovennatuurlijke krachten beschikken.

Brede, robuuste baobabs zijn bijna als vanzelfsprekend opgenomen in het stadslandschap van Dakar, de drukke hoofdstad van Senegal. Vlak bij een snelwegoprit wassen chauffeurs hun taxi’s in de schaduw van een indrukwekkende baobab, oftewel apenbroodboom. Zijn leerachtige stam is het plaatselijke prikbord met advertenties voor loodgieters en huurappartementen.

Massieve apenbroodbomen, sommige meer dan 
duizend jaar oud, hebben in heel Senegal stand-gehouden; dankzij hun broze, sponsachtige hout dat ongeschikt is voor meubels, zijn ze de houtkap 
ontsprongen. Maar de bladeren worden door de couscous gemengd, de bast levert vezels waarvan touw wordt gemaakt, de vruchten worden in drankjes verwerkt en uit de zaden wordt olie geperst. 
‘Deze boom’, zegt Adama Dieme, terwijl hij zijn hoofd achterover buigt om naar de kroon van zijn buurt-baobab te kijken, ‘is de trots van de buurt.’

Bedreigd

De baobab wordt, zoals vele andere bomen in de regio, bedreigd door diezelfde krachten die ook de samenleving op meerdere fronten treffen: klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei. West-Afrika is veel van de natuurlijke rijkdommen die ooit nauw verweven waren met de culturele identiteit, kwijtgeraakt. Door stroperij is de populatie van wilde dieren flink uitgedund: leeuwen, giraffen en savanneolifanten worden ernstig bedreigd. Grote bosgebieden sneuvelen voor palmolie- en cacaoplantages. Mangroves sterven door vervuiling. Zelfs de ranke acacia wordt gekapt en opgestookt onder de kookketels van uitdijende gezinnen. Een recente studie stelde dat klimaatverandering de 
oorzaak is van de sterfte van enkele van de oudste apenbroodbomen van Afrika. Lokale onderzoekers schatten dat de helft van de Senegalese baobabs in de afgelopen vijftig jaar door droogte en stedenbouw is gesneuveld.

Niet ver van Dakar wordt op initiatief van de president een heel nieuwe stad uit de grond gestampt, een van de grootste bouwprojecten van het land – midden in een baobabbos. Van hogerhand is beloofd dat alle bomen die moeten wijken, elders opnieuw zullen worden geplant. Aan de buitenste ring van de bouwplaats verrijzen nieuwe woningen. Op de grond ligt een gevelde baobab. Uit zijn holle binnenste stijgt een schimmellucht op. Zijn bast is gehavend door bijlsporen. Niet ver ervandaan ligt een aantal verkoolde exemplaren. Een bouwvakker vertelt dat ze met benzine zijn overgoten. ‘Je hart breekt bij het zien van een gevelde baobab’, zegt hij.

‘Het 
is ons nationale symbool. Maar ja, huisvesting gaat voor.’