The Economist / UnHerd | Londen

De populariteit van Marine Le Pen neemt af. Toch geeft de leider van het tot Rassemblement National omgedoopte populistische Front niet op. Is er een kans dat ze zich revancheert bij de Europese verkiezingen van volgend jaar?

Ja

Nog geen anderhalf jaar geleden was Marine Le Pen verslagen en aan het eind van haar Latijn. Na een rampzalig verlopen televisiedebat had ze de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen verloren van Emmanuel Macron. Ze wankelde als leider van het populistische Front National en was, naar het scheen, depressief.

Maar kortgeleden dook zij met een nieuw elan op in Rome. Ze stond daar naast de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Mateo Salvini en ging als vanouds tekeer tegen het ‘totalitaire’ Europa. Ze kondigde het begin aan van een nieuwe ‘geschiedenis met een grote G’. Bij de Europese parlementsverkiezingen in mei 2019 hoopt zij te laten zien dat haar partij, die voortaan Rassemblement National heet, er nog steeds toe doet.

Dankzij de lage opkomst en de vele proteststemmen heeft haar partij het bij de Europese verkiezingen vaak goed gedaan. In 2014 werd het Front National, zoals de partij toen nog heette, met 25 procent van de stemmen de grootste Franse partij.

De stembusgang van volgend jaar betekent voor president Macron een belangrijke tussentijdse test. Zijn populariteitscijfers zijn, na een zomer van uit de hand gelopen schandalen en agressieve opmerkingen, sterk gedaald. Hij loopt het risico dat de verkiezingen uitdraaien op een referendum over zijn presteren. De peilingen laten een nek-aan-nekrace zien tussen Le Pens nieuwe partij en Macrons La République en Marche: beide staan op ongeveer 20 procent, veel hoger dan alle andere partijen.

Het kan dus goed zijn dat Le Pens partij opnieuw de grootste wordt.

Zij heeft de populistische wind in Europa mee, en bovendien heeft ze op het thema Europa een strategische draai gemaakt die haar in de ogen van veel kiezers acceptabeler maakt