360 | Amsterdam

Onze kledingkeuzes lijken misschien triviaal, maar in werkelijkheid hebben ze veel betekenis, zegt modeprofessor 
Monica Sklar.

Een vlieger die maar gedeeltelijk opgaat. Veel kledingkeuzes zijn namelijk wel triviaal, om verschillende redenen: a) de persoon in kwestie heeft geen idee of ook maar de geringste boodschap; b) de persoon in kwestie 
heeft wel een idee maar geen geld om die keuze te realiseren. En dan nog c) ook de betekenis kan triviaal zijn. Denk aan het leger vrouwen dat dit jaar in broeken met machinaal gescheurde knieën rondliep. Geen politiek statement. 
Zelfs geen verwijzing naar het losbandige leven van de nonchalante bohemien. Slechts een modegril waarmee de drager misschien eerst nog dacht af te wijken van de norm, om 
daarna al snel te verdwijnen in een amorfe anonimiteit.

Dat kleding als belangrijk uithangbord voor politieke opvattingen kan dienen heeft de geschiedenis al vaker laten zien. Meestal onttrekt zo’n fashion statement zich aan de onzichtbare maar dwingende verwachtingen van de maatschappij en creëert een eigen subcultuur. Totdat de mode-industrie het in de gaten krijgt en de non-verbale politieke expressie uitgeholde confectie wordt.

De geschiedenis van de hoody is een andere. De sweater werd in de jaren dertig uitgevonden door het Amerikaanse merk Champion om arbeiders te beschermen tegen de kou. Daarna ontdekte de sport- en universitaire wereld het sweatshirt met capuchon en werd het van oorsprong 
proletarische kledingstuk populair in allerlei kringen. Niet in de laatste plaats omdat de drager er anoniem mee kan blijven, zich kan afkeren van de vijandige maatschappij, met 
zo’n standaardsilhouet niet opvalt.

Genoeg modemerken die regelgeving weten te omzeilen en het onschuldige katoen commercieel inzetten voor welke subcultuur dan ook. Als het maar verkocht wordt