Financial Times  | Londen 

Voor zijn onlangs verschenen roman Lake Succes maakte Gary Shteyngart een roadtrip van New York naar San Diego, met de Greyhound-bus. Want als ‘mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen’.

Het is 6 juni in 2016 – het rampjaar van de recente Amerikaanse geschiedenis. In een warme, zwoele nacht loop ik om een uur of drie de Port Authority binnen, het sierlijke en verlaten busstation van 
New York City. Ik vervoeg me bij het Hound-loket. 
De komende vier maanden rijd ik af en aan door de Verenigde Staten in een van de meest legendarische vormen van vervoer die Amerika rijk is (vraag maar aan de stervende ‘Ratso’ Rizzo in Midnight Cowboy): 
de Greyhound-bus.

Ben ik niet goed bij mijn hoofd, vraagt u zich misschien af? De Greyhound-bus? Ga dan tenminste nog met de trein. De avond voor vertrek ben ik begonnen aan mijn nieuwste roman, Lake Succes, waarin Barry Cohen, een hedgefondsmanager die de toezichthouder achter zich aan heeft zitten, wiens huwelijk nog maar een paar advocaten van de afgrond is verwijderd en wiens autistische kind een ondoorgrondelijk raadsel voor hem is, besluit New York te ontvluchten met de Greyhound-bus, op zoek naar een verloren liefde die in El Paso, Texas, woont.

Er zijn schrijvers die beschikken over iets wat ‘verbeeldingskracht’ wordt genoemd, en zij werken karakters uit, con-strueren een verhaallijn enzovoort. Ik beschik helaas 
niet over verbeeldingskracht en schrijf vanuit een sterk journalistiek perspectief. Als mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen.

Wat zijn de regels?

Reizen met de bus is goedkoop. Ongekend lange etappes van mijn reis hebben nog geen veertig dollar gekost. Maar in ruil voor het goedkoopste vervoer van de Verenigde Staten, moet je jezelf uitleveren aan de Hound en haar vele regels. Wat zijn die regels dan? Om te beginnen moet je vooral niet in de buurt gaan zitten van de wc achterin, zeker niet op een lange reis. De wc is niet fijn – allesbehalve.

Je kunt het beste zo dicht mogelijk bij de chauffeur gaan zitten, al helemaal wanneer hij, zoals tijdens de eerste etappe van onze reis, op weg naar Baltimore, midden in de nacht in slaap valt. Als dat gebeurt, en de bus zwenkt uit naar de andere rijbaan, 
dan moet je zo hard mogelijk roepen: ‘Meneer! Meneer! Wakker blijven!’ Barry Cohen, mijn fictionele hedgefondsmanager op de vlucht, maakt 
iets dergelijks mee tijdens zijn eerste nacht in de bus richting de westkust.

Een tweede regel is dat je altijd het stopcontact bij je stoel moet controleren. Greyhound is er terecht trots op dat de meeste stoelen over een functionerend stopcontact beschikken en een goede chauffeur zal zijn passagiers eraan herinneren om voor vertrek te controleren of het stopcontact het doet.

Je kunt onderweg van alles en nog wat opladen, maar de meeste 
passagiers laden hun telefoon op. De alomtegenwoordige mobieltjes zorgen voor een interessante dynamiek. 
Vroeger praatten mensen tijdens een lange busrit over hun gezin, hun geliefde of hun huisdier, maar tegenwoordig gaan de meesten tijdens de reis geheel op in hun eigen wereldje.

Het is verstandig van de Hound om 
te zorgen dat de stopcontacten goed functioneren, want zo kunnen de 
passagiers ontsnappen uit de niet altijd even gezonde realiteit (ik beloof dat 
dit de laatste keer is dat ik over de wc begin) en wegzakken in hun Facebook-trance. Ik vraag me af hoe Billy Hayes’ ervaring met de Turkse gevangenis in de film Midnight Express zou zijn geweest als hij vier streepjes had gehad, en toegang tot een 3G-netwerk. Maar goed, als het stopcontact het begeeft, gaan mensen toch praten. Om te vragen of ze jouw stopcontact even mogen gebruiken.