De Geus / 360 | Amsterdam

BBC-documentairemaker Lucy Cooke ontrafelt in Wilde verhalen talloze hardnekkige misverstanden over dieren. Zo blijken elanden nogal alcoholistisch aangelegd en die kleffe pinguïns notoire schuinsmarcheerders te zijn. Maar ze laat bovenal zien hoe de verhalen die we bedenken meer over ons zeggen dan over de beesten in kwestie. Hier leest u het verhaal van de kikker, het lievelingsdier van de auteur, dat door de eeuwen heen voor heel onverwachte doeleinden is ingezet – met treurige gevolgen.

7. De kikker. Orde van de _Anura_

Het is uiterst merkwaardig, maar na een levensduur van zes maanden lossen kikkers op in het slijk, hoewel nooit is waargenomen hoe dit precies gebeurt, waarna ze in de lente in het water weer tot leven komen en dezelfde gedaante krijgen als eerst. Deze jaarlijkse gebeurtenis is het gevolg van een occulte ingreep van de natuur.’

Plinius de Oudere, Naturalis Historia, 77 na Christus

Het eerste jaar van dit millennium was ik verwoed op zoek naar een mythisch watermonster met de intrigerende naam Telmatobius culeus ofwel scrotumkikker, beter bekend als de Titicacakikker.

De eerste keer dat ik van het bestaan van dit royaal geplooide dier hoorde was in Uruguay, waar ik logeerde bij een natuurbeschermer met een interessant netwerk. Een vriend van hem, Ramón ‘Kuki’ Avellaneda, had in de jaren zestig van de vorige eeuw in een kleine onderzeeboot de uitgestrekte wateren van het Titicacameer doorkruist, dat hoog in de Andes ligt, op de grens tussen Bolivia en Peru. Zijn metgezel was niemand minder dan Jacques Cousteau. Ze waren vergeefs op zoek geweest naar verloren Inca-goud, maar ontdekten bij wijze van troost gigantische waterkikkers, die, zo verzekerde Kuki’s kennis mij, ongeveer zo groot waren als een kleine auto.

De kikker is mijn lievelingsdier. Kikkers hebben de evolutionaire sprong van het water naar het land gemaakt, en zijn daardoor in mijn ogen de ware ontdekkingsreizigers. Dankzij een aantal evolutionaire trucs kunnen ze ondanks hun fragiele bouw in onherbergzame en afgelegen gebieden overleven. Onder de ongeveer 6700 soorten die van de kikker bekend zijn, zijn er die hun eigen zonnebrandcrème afscheiden, een antivriesmiddel produceren of zelfs kunnen vliegen. De eerste amfibieën waren heuse reuzen van bijna tien meter lang, die zich voedden met babydinosauriërs. Misschien hadden Kuki en Cousteau zo’n relikwie gevonden. Misschien huisde in het hoogste meer ter wereld een eigen, amfibische variant van het monster van Loch Ness.

Ik wist Kuki op te sporen, die zijn oude dag bleek te slijten in de buurt van de mooie, chique Braziliaanse badplaats Búzios. Aangezien hij als gevolg van al die jaren onder water doof was geworden, verliep ons telefonische contact via zijn zoon, die mij de ontnuchterende boodschap bracht dat zijn vaders scrotumkikkers in werkelijkheid nauwelijks zo groot waren als een frisbee. Ik kon mijn teleurstelling nauwelijks verbergen.

De Telmatobius werd eigenlijk al lang geleden ontdekt: in 1867. De lachwekkende Latijnse naam verwijst naar zijn gelijkenis met een uitgezakte balzak. Oké, die is misschien niet heel flatteus, maar daardoor heeft hij wel een uithoudingsvermogen waar Houdini van onder de indruk zou zijn.

Het leven in het Titicacameer is hard. Het ligt bijna 4 kilometer boven de zeespiegel, de zon schijnt er krachtig en de lucht is er ijl. Geen geschikte plek voor een koudbloedige amfibie met een tere huid. De Telmatobius overleeft er door vrijwel constant onder water te blijven, zodat hij als het ware door een gigantische natte deken tegen felle uv-straling en grote temperatuurwisselingen wordt beschermd. Hij komt zelden boven en ademt overwegend door zijn huid, die om het ademoppervlak te vergroten in plooien om zijn iele lijfje hangt. Als hij zuurstof nodig heeft, zwemt de Titicacakikker niet naar boven om lucht te happen, zoals kikkers gewoonlijk doen, maar doet hij enkele push-ups op de bodem van het meer om de circulatie van het zuurstofrijke water rond zijn huidplooien te stimuleren.

Toen Cousteau in 1969 in zijn miniduikboot het meer verkende, zag hij naar eigen zeggen ‘duizenden miljoenen’ van deze grote amfibieën, meestal van zo’n 50 centimeter lang. Zulke reuze-exemplaren zijn volgens lokale vissers allang verdwenen, en zelfs in verkleinde versie is de kikker steeds moeilijker te traceren.

Tegenwoordig loop je meer kans een Titicacakikker te vinden in een blender in het centrum van Lima. De gerimpelde amfibie vormt namelijk het belangrijkste ingrediënt van een traditionele Peruviaanse vorm van viagra, een illegaal drankje dat in het hele land populair is, maar vooral in de hoofdstad. En zo kwam het dat ik op het vliegveld van Lima een taxichauffeur aanklampte om me in de twee uur tussen mijn vluchten naar de allerbeste kikkercocktailbar te brengen. Pas toen we in razende vaart de stad doorkruisten, realiseerde ik me dat mijn vastbeslotenheid het favoriete amfibische afrodisiacum van deze chauffeur te proeven weleens als een avance kon worden opgevat. Ik probeerde het gesprek daarom zo wetenschappelijk mogelijk te houden, maar gezien mijn gebrekkige Spaans, zijn totale gebrek aan Engels en de suggestieve naam van de kikker was dat best lastig.

Bij de sapjesbar, niet meer dan een rommelig hok aan een drukke marktstraat, zag ik het legendarische dier voor het eerst. De kolossale balzak uit de diepe wateren bleek in werkelijkheid een klein, gespikkeld, moddergroen kikkertje dat met droevige, bolle ogen door het vieze glas van het aquarium naar buiten staarde. De taxichauffeur bestelde zijn gebruikelijke weekendopkikkertje, waarop de vrouw achter de bar een troosteloos uitziende kikker kordaat bij zijn achterpoten uit het aquarium griste, met zijn kop tegen de toonbank sloeg en pelde als een banaan. Daarna gooide ze hem met wat kruiden en honing in een Moulinex – dit alles met de souplesse van Tom Cruise in Cocktail.