Atlas Contact / 360 | Amsterdam

Eeuwenlang is er onderscheid gemaakt tussen lichaam en geest. Maar in werkelijkheid bestaat er geen enkel verschil, zegt Nobelprijswinnend psychiater en neurowetenschapper Eric Kandel. Psychische problemen zijn neurologisch en neurologische psychisch. In het hoofdstuk over verslaving zet hij uiteen dat dat geen morele zwakte is, zoals lang werd aangenomen, maar een puur fysiek verschijnsel.

9. Het lustprincipe en keuzevrijheid: verslaving

Net zoals normale angst kan ontsporen en uitmonden in een posttraumatische stressstoornis, die maakt dat iemand zich niet meer staande kan houden in het dagelijks leven, kan onze normale hang naar prettige ervaringen uit de hand lopen, waardoor de hersenen te veel dopamine produceren met een verslaving als gevolg. Men kan verslaafd raken aan een bepaald middel, zoals drugs, alcohol of tabak, maar ook aan activiteiten, bijvoorbeeld gokken, eten of winkelen.

Een verslaving maakt levens kapot. Mensen kunnen hun baan, hun gezondheid of hun partner erdoor kwijtraken. Ze kunnen tot armoede vervallen of in de cel belanden. Soms leidt een verslaving tot de dood. Mensen die verslaafd zijn willen er niet mee doorgaan, maar kunnen er toch niet mee stoppen: langjarig misbruik heeft het vermogen van de hersenen om verlangens en emoties in bedwang te houden aangetast. Een verslaving berooft ons dus van onze wil, van ons vermogen om in vrijheid te kunnen bepalen hoe we ons gedragen.

Verslaving aan drugs en andere middelen berokkent onze samenleving enorme schade: in de Verenigde Staten bedragen de jaarlijkse kosten naar schatting 740 miljard dollar. Die economische lasten lopen nog verder op als we dwangstoornissen meetellen die overeenkomsten vertonen met verslaving, zoals pathologisch gokken of eten. Het menselijk leed dat verslaving teweegbrengt, zowel individueel als maatschappelijk, valt niet in cijfers te vangen. Hoewel we bij de behandeling van bepaalde verslavingen, zoals alcoholisme, de afgelopen decennia wel enige vooruitgang hebben geboekt, zijn de beschikbare behandelingen voor de meeste verslavingen, of het nu gaat om gedragstherapieën of medicatie, ontoereikend gebleken. Gelukkig zijn we de afgelopen dertig jaar veel meer te weten gekomen over de biologische aspecten van verslaving, waardoor de hoop toeneemt dat deze nieuwe kennis ook zal leiden tot nieuwe behandelmethoden.

Vroeger werd het hebben van een verslaving gezien als een teken van karakterzwakte. Tegenwoordig weten we dat het een psychiatrische stoornis is, het gevolg van een disfunctionerend beloningssysteem, het neurale netwerk in de hersenen dat verantwoordelijk is voor positieve emoties en het anticiperen op beloningen. In dit hoofdstuk nemen we het beloningssysteem van de hersenen onder de loep en leggen we uit hoe dit door een verslaving wordt gemanipuleerd. Vervolgens komen de verschillende stadia van verslaving aan de orde en verkennen we verschillende richtingen binnen het onderzoek naar deze materie. Ten slotte gaan we in op nieuwe methoden om mensen met deze chronische stoornissen te behandelen.

De biologische basis van genot

Al onze positieve emoties, al onze genotservaringen, zijn toe te schrijven aan de neurotransmitter dopamine. Hoewel onze hersenen naar verhouding weinig dopamineproducerende neuronen bevatten, spelen die een buitengewoon grote rol bij de regulering van ons gedrag, voornamelijk doordat ze zo nauw betrokken zijn bij het opwekken van gevoelens van genot.

Dopamine, dat in de jaren vijftig werd ontdekt door de Zweedse farmacoloog Arvid Carlsson, wordt voornamelijk geproduceerd door neuronen in twee verschillende hersengebieden: de area tegmentalis ventralis en de substantia nigra (zie afbeelding). De axonen van de neuronen in de area tegmentalis ventralis reiken tot in de hippocampus, die van belang is voor het onthouden van mensen, plaatsen en dingen, en tot in de drie belangrijkste onderdelen van de hersenen die emoties aansturen: de amygdala, die de emotie bepaalt; de nucleus accumbens, een gebied in het striatum dat het effect van de emotie reguleert; en de prefrontale cortex, die de amygdala onderwerpt aan wil en beheersing. Dit communicatienetwerk, het zogeheten mesolimbisch circuit, is het belangrijkste netwerk binnen het beloningssysteem van de hersenen. Het stelt dopamineproducerende neuronen in staat om informatie wijd uit te sturen, ook naar tal van gebieden in de cerebrale cortex.

Niet lang nadat Carlsson dopamine had ontdekt, deden James Olds en Peter Milner, twee aan de McGill university verbonden neurowetenschappers, nader onderzoek naar de functie van deze neurotransmitter. Allereerst brachten ze diep in de hersenen van een rat een elektrode aan. De gekozen locatie van de elektrode was min of meer toevallig, maar het bleek dat zij zich direct naast de_ nucleus accumbens_ bevond, een essentieel onderdeel van het mesolimbisch circuit. Vervolgens brachten Olds en Milner een drukschakelaar aan in de kooi, waarmee de dieren aan hun hersenen een klein stroomstootje konden toedienen, in de omgeving van de nucleus accumbens.

Het stroomstootje was zo zwak dat de wetenschappers het niet eens voelden als ze het op hun eigen huid uitprobeerden, maar wanneer het werd toegediend aan de nucleus accumbens van de ratten vonden die het blijkbaar heel aangenaam. Ze drukten de schakelaar steeds opnieuw in om de verlangde prikkel te krijgen. Het lustgevoel dat de elektrode hun gaf was zelfs zo intens dat de dieren al snel nergens anders meer belang in stelden. Ze aten en dronken niet meer. Ze vertoonden geen paargedrag meer. Ze bleven maar in een hoekje van de kooi zitten, laveloos van genot. Binnen een paar dagen waren veel dieren omgekomen van de dorst.