Al-Modon   | Beiroet 

Een vrouwelijk lid van het Libanese parlement krijgt heftige, seksueel getinte beledigingen over zich heen, omdat zij de corruptie uitgaven van de president aan de kaak durft te stellen.

Beledigingen zijn vandaag de dag schering en inslag in politieke kringen in Libanon. Het is in feite een middel geworden voor de machthebbers om tegenstanders te lijf te gaan. Het slachtoffer is in dit geval een vrouwelijke afgevaardigde, die zich zorgen maakt over het welzijn en de levensomstandigheden van haar medeburgers. (En in tegenstelling tot andere vrouwen in de Libanese politiek komt deze voormalige tv-journalist uit de ‘gewone’ samenleving en vloeit haar positie niet voort uit het systeem van politieke partijen of een ‘politieke’ achternaam.)

De afgevaardigde (uit de kieskring Beiroet) is Paula Yacoubian, op wie de machthebbers de meute hebben losgelaten om hun vuile zaakjes in de media op te knappen. Yacoubian heeft niet anders gedaan dan rekening en verantwoording te eisen, nadat de president, Michel Aoun, twee vliegtuigen had gehuurd om met familie en vrienden een uitstapje naar New York te maken. Als antwoord krijgt ze een bak modder over zich heen van vuilspuiters die niet zoveel ophebben met democratie en die anderen graag bekritiseren en door het slijk halen.

Paula Yacoubian deed niet anders dan als volksvertegenwoordiger corruptie aan de kaak stellen. Maar dat is een misdrijf in de ogen van de aanhangers van president Aoun, zoals de regeringsgezinde journalist Joseph Aboe Fadel en de componist Samir Sfeir. Laatstgenoemde twitterde: ‘Op een dag maakte de [Libanese televisiezender] LBC een interview met Gaddafi in Tripoli. Na de opnamen merkte de Libische leider op: “Laat deze journaliste nog een weekje hier blijven.” Aldus geschiedde. En raad eens om wie het ging?’

Paula Yacoubian kondigde daarop aan dat ze een klacht gaat indienen tegen Aboe Fadel en Sfeir, waarbij ze hen kwalificeerde als ‘kleine boeven’ in dienst van ‘de grote schooier’ Gebran Bassil [de minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van president Ayoun]. Dat kwam haar op nieuwe beledigingen te staan. Aboe Fadel bijvoorbeeld twitterde aan het adres van ‘de bevoorrechte vrouwen met parlementaire onschendbaarheid’: ‘Welke trucjes je ook uithaalt met je onschendbaarheid om je opgebruikte lijf buiten schot te houden, we zullen jullie opwachten. Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren. Mijn god, wat zullen jullie het betreuren en wat zullen jullie janken!’

Gebrek aan respect

Ook de website van de presidentiële partij spaarde haar niet. ‘Ze brengt de strijd van de Libanese vrouwen in gevaar. Door de media schrijden en mooie praatjes verkopen maakt van Paula Yacoubian nog geen heldin. Integendeel, de publieke opinie wordt alleen maar misselijk van een vrouw uit het volk die haar verantwoordelijkheden niet aankan. En dat blijft een hindernis voor de noodzakelijke verandering opdat een zo groot mogelijk aantal vrouwen toegang krijgt tot functies die om verantwoordelijkheidsbesef vragen.’

Het gebrek aan respect voor vrouwen, hen omlaag halen en in hun eer aantasten, vooral als zij ook nog journalist zijn, is binnen de regeringspartij staande praktijk geworden. Men herinnert zich wellicht Ibrahim Kanaan, een parlementslid dat ook uit die kringen afkomstig is. Hij liet in een live-tv-uitzending een stroom van beledigingen los op de journaliste Ghada Eid, waarbij hij haar onder meer toebrulde: ‘Mijn voeten zijn schoner dan jij en jouw programma!’ En: ‘Ik weet waar je vandaan komt, slet!’