The Washington Post   | Washington

Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.

North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was 
de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.

‘BREAKING’, schreef hij, met zijn 
wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de 
klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we 
vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, 
antwoordde Blair.

Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens 
hen onder ultrarechts verspreidden. 
In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, 
tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.

‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.

‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.

‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’

Schreeuwende hoofdletters

Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun 
creditcard af te lossen.

Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. 
Soms deed hij zich op Facebook voor 
als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.

De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.