Diario de Sevilla   | Sevilla

Haar uitgesproken feminisme en de toepassing van artikel 155 gaven Carmen Calvo het zetje naar de politieke top van het land.

Carmen Calvo (1957) is de nieuwe vicepremier van Spanje. Haar grootste kracht volgens mensen die haar kennen is haar vaardigheid om zich in de hoogste kringen te bewegen en tegelijkertijd toegankelijk te zijn. Als de situatie daarom vraagt, deelt ze kussen en omhelzingen uit. Wat haar eveneens typeert is haar uitgesproken militante feminisme, dat stamt uit haar prilste jeugd.

Het is vooral aan haar te danken dat gelijke rechten voor mannen en vrouwen een van de speerpunten is van de nieuwe regering van de socialist Pedro Sánchez. Vastbeslotenheid, feminisme en onafhankelijkheid kenmerken het karakter van deze zeer welbespraakte vrouw die in Andalusië als een van de eersten op de bres stond voor de kersverse minister-president Sánchez.

Calvo’s lange politieke carrière startte in 1996 toen Manuel Chaves, in alles de tegenpool van haar huidige baas, haar vroeg voor de functie van minister van Cultuur in de Junta de Andalucía [de autonome regering van Andalusië]. Acht jaar heeft ze die post bekleed. Tijdens die periode maakte ze naam met gewaagde initiatieven als het Picasso Museum van Málaga. Het waren jaren die in het teken stonden van haar persoonlijke groei en het ontwikkelen van een politiek imago dat in haar geliefde Córdoba haaks stond op de ideeën van de toen oppermachtige socialiste Rosa Aguilar.

Hun opzienbarende botsingen zijn met het verstrijken der jaren niet minder heftig. Maar het waren ook jaren waarin beloftes niet werden ingelost, projecten eindeloos duurden en de krantenkoppen van de volgende dag belangrijker waren dan de verwezenlijking van de gestelde doelen.