The Guardian  | Londen

In het Westen is men gewend alles door de bril van de lineaire vooruitgang te zien, met het gevaar blind te raken voor andere zienswijzen. Volgens de Britse filosoof Julian Baggini is minder zeker worden van de kennis die we denken te hebben de eerste stap naar meer begrip.

Het is een van de wonderlijke mysteries in de geschiedenis van de mensheid dat de eerste schriftelijke wereldbeschouwingen in verschillende delen van de wereld min of meer gelijktijdig tot bloei kwamen. De eerste sporen van zowel de Indiase, Chinese en Griekse wijsbegeerte als die van het boeddhisme zijn te herleiden tot een periode van zo’n driehonderd jaar die begon in de achtste eeuw voor Christus. Die oude wereldbeschouwingen hebben hun stempel gedrukt op de manier waarop veel mensen hun leven inrichten, religie beleven en aankijken tegen de grote vragen die ons allemaal bezighouden.

De meeste mensen komen zelden met een expliciete formulering van de filosofische veronderstellingen die aan hun eigen denken ten grondslag liggen, ze zijn er zich vaak niet eens van bewust. Maar veronderstellingen over de aard van het ik, over goed en kwaad, wat waarheid is en wat we in het leven moeten nastreven, zijn diep verankerd in onze cultuur en vormen ons denken, zonder dat we het beseffen.

Neem bijvoorbeeld het idee van tijd. Overal ter wereld is tijd tegenwoordig een lineair begrip, onderverdeeld in heden, verleden en toekomst. Onze dagen worden ingedeeld door de klok, onze levens door kalenders en agenda’s, en de geschiedenis door tijdlijnen die millennia bestrijken. Nu bestaat in alle culturen wel een begrip van heden, toekomst en verleden, maar in de geschiedenis van de mensheid heeft dat begrip heel lang berust op een idee van tijd als een cyclisch verschijnsel.

De gedachte dat het verleden ook de toekomst is en de toekomst ook het heden, dat het einde in het begin ligt besloten. De dominantie van ons lineaire tijdsbegrip gaat goed samen met een eschatologisch wereldbeeld waarin de hele geschiedenis van de mensheid toewerkt naar een laatste oordeel. Vandaar wellicht dat dit lineaire tijdsbegrip in het overwegend christelijke Westen gaandeweg de vanzelfsprekende manier van denken is geworden. Toen God de aarde schiep, begon hij daarmee een verhaal met een begin, een midden en een eind.

Nu bestaat in alle culturen wel een begrip van heden, toekomst en verleden, maar in de geschiedenis van de mensheid heeft dat begrip heel lang berust op een idee van tijd als een cyclisch verschijnsel.