Foreign Policy   | Washington

Tegenstanders van de kersverse Ethiopische minister-president Abiy Ahmed vrezen dat hij een Afrikaanse Erdogan is. Maar op grond van zijn retoriek en zijn beleid zou je eerder denken dat hij een liberaal-democraat is.

Toen Abiy Ahmed begin 2018 een gooi deed naar het leiderschap van het EPRDF, het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front, stuitte hij op felle weerstand. Op dat moment had een groot deel van zijn thuisstaat Oromia, de grootste en dichtstbevolkte staat van Ethiopië, te kampen met een golf van demonstraties en stakingen, waardoor de economie vrijwel geheel tot stilstand was gekomen. In februari nam de toenmalige premier Hailemariam Desalegn ontslag en werd door de federale overheid de noodtoestand uitgeroepen.

Abiy, die destijds net was benoemd tot voorzitter van de Oromo-vleugel van het EPRDF, een multi-etnische coalitie, schoof zichzelf naar voren. Hij was jong en geliefd bij de demonstranten, en hij schaarde zich achter veel van hun eisen, waaronder het vrijlaten van politiek gevangenen. Maar een deel van het EPRDF-establishment, geworteld in de etnische Tigray-vleugel, het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF) – zette hem en zijn collega Lemma Megersa uit Oromo weg als roekeloze populisten en verzette zich met hand en tand tegen zijn kandidatuur. Zonder succes.

Abiymania

Vanaf dat moment staat het politieke landschap in Ethiopië op zijn kop. Eind maart werd Abiy, ondanks grote interne tegenstand, gekozen tot voorzitter van het EPRDF en daarmee werd hij de nieuwe premier van het land. Hij geniet internationaal een ongekende populariteit en heeft wereldwijd lof geoogst voor de snelle liberalisatie die hij heeft doorgevoerd in de landelijke politiek; voor zijn belofte om in 2020 de eerste vrije en eerlijke verkiezingen in Ethiopië te houden; en voor zijn inspanningen voor een open economie.

Maar binnen Ethopië, ver van de euforie van wat wel ‘Abiymania’ wordt genoemd, is volop kritiek te horen. Een van de meest gehoorde – en soms ook zeer overtuigende – kritiekpunten is dat Abiy een populist is, te vergelijken met mensen als Recep Tayyip Erdogan in Turkije, Narendra Modi in India en de Amerikaanse president Donald Trump. Het is goed om even bij deze kritiek stil te staan; het is ook goed om je te realiseren dat de kritiek onterecht is. De redenatie is als volgt: Abiy mag dan lid zijn van het EPRDF, hij handelt meestal op eigen houtje en richt zich direct tot het volk, over de hoofden van zijn collega’s heen.

Die zeggen dat hij de macht en de besluitvorming heeft gemonopoliseerd en dat dit ten koste is gegaan van zorgvuldige afwegingen en overleg, en dat hij een messianistisch imago heeft gecultiveerd door grootse gebeurtenissen in scene te zetten – zoals een massale bijeenkomst in juni, in de hoofdstad Addis Abeba – met behulp van staatsomroepers die een wit voetje willen halen.