Die Welt   | Berlin  

Komt het door de belangstelling voor het occulte, het bovennatuurlijke, dat ook de vraag naar duiveluitdrijvingen enorm is gestegen? The Atlantic verdiepte zich in het Amerikaanse exorcisme en zag allerlei dwarsverbanden. Seksueel misbruik bijvoorbeeld, zou een belangrijke toegangspoort voor demonen zijn.

Het is maart 2016 en de 33-jarige Louisa, een vrouw met een verleden van alcoholmisbruik, heeft haar wekelijkse afspraak met haar verslavingsbegeleider in Tacoma, Washington.

Louisa is pas gescheiden van haar man, Steven. Als de begeleider naar haar huwelijk vraagt, zegt ze dat ze er nog niet aan toe is om daarover te praten. Hij dringt aan, maar weer reageert Louisa afwijzend. De sfeer wordt gespannen en Louisa begint te hyperventileren, het lijkt of ze een paniekaanval krijgt. De begeleider rent de gang door om Louisa’s therapeut, Amy Harp, te halen.

Samen brengen ze Louisa naar Harps kamer, omdat ze denken dat ze haar daar beter kunnen kalmeren. Maar als Louisa daar eenmaal zit, verandert haar gedrag. Normaal gesproken is ze een zachtaardige, open vrouw, maar nu begint ze te gillen en grote plukken van haar eigen haar uit te trekken. Ze gromt en kijkt woest om zich heen. Haar hoofd schokt en slaat in vreemde hoeken achterover. Ze mompelt onsamenhangende teksten over goed en kwaad, God en de duivel. En zegt tegen de hulpverleners dat niemand in deze kamer ‘Louisa’ kan redden.

In de ogen van Harp zweeft Louisa heen en weer tussen deze staat van razernij en haar normale zelf. Het ene moment grauwt ze en laat ze haar tanden zien, het volgende smeekt ze om hulp. ‘Alsof ze met zichzelf in gevecht was,’ zegt Harp later tegen mij.

Harp heeft nooit eerder zulk gedrag gezien en weet niet goed wat ze moet doen. Maar ze weet wel dat Louisa af en toe periodes meemaakt waarin ze het gevoel heeft dat er iets onbeschrijfelijk duisters over haar komt, en dat ze dan in de Bijbel gaat lezen om dat ellendige gevoel te verdrijven. ‘Je moet wat Bijbelteksten lezen,’ zegt Harp tegen haar. Nog steeds totaal buiten zichzelf pakt Louisa haar smartphone en zoekt passages uit de Bijbel op. Al lezend wordt ze rustiger. Het schokken van haar lichaam neemt af, haar geagiteerdheid ebt weg. Ze geeft over in een prullenbak en dan is ze weer zichzelf, een en al 
excuses, met natte ogen en een rood gezicht.

Harp is na afloop verbijsterd over wat ze heeft meegemaakt. Voor Louisa heeft het verstrekkende gevolgen: zij gaat op zoek naar antwoorden en daarbij verlaat ze uiteindelijk de moderne geneeskunde met haar beproefde behandeling van psychische problemen, en wendt ze zich tot de oudere, rituele geneeswijzen van het katholieke geloof.

Demonen

Het geloof in demonen – en het idee dat die bestaan om mensen lastig te vallen, in de war te brengen en te pijnigen – is al zo oud als religie zelf. In het oude Mesopotamië deden Babylonische priesters aan duiveluitdrijving door wassen beeldjes van duivels in een vuur te gooien. In de hindoeïstische Veda’s, die waarschijnlijk tussen 1500 en 500 voor het begin van onze jaartelling zijn geschreven, komen bovennatuurlijke wezens voor, die asura’s worden genoemd, maar tegenwoordig meestal als demonen worden gezien; deze dagen de goden uit en saboteren menselijke aangelegenheden. Ook voor de oude Grieken loerden aan de duistere randen van de mensenwereld duivelachtige schepsels.

Maar het geloof dat iemand van de duivel bezeten kan zijn, is niet alleen iets uit een verleden vol demiurgen en boze ogen, het is ook nu nog wijdverbreid in de Verenigde Staten. Uit enquêtes door Gallup en databedrijf YoGov blijkt dat ongeveer de helft van 
alle Amerikanen gelooft dat bezeten worden door 
de duivel bestaat. Het percentage dat in de duivel gelooft is nog groter, en zelfs toegenomen: volgens Gallup is dat percentage gestegen van 55 procent in 1990 naar 70 procent in 2007.

Misschien komt het daardoor dat de vraag naar duiveluitdrijvingen – het tegengif van de katholieke kerk tegen demonische bezetenheid – kennelijk ook toeneemt. De kerk houdt er geen officiële cijfers over bij, maar de exorcisten die voor dit artikel zijn geïnterviewd, bezweren dat ze elk jaar meer aanvragen krijgen.