L'Orient-Le Jour | Beiroet

Nu president Trump heeft aangekondigd de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Syrië, mogen Iraanse troepen van hem ‘doen wat ze willen’ in de regio. Deze strategie staat haaks op zijn anti-Iranbeleid.

Heeft Iran voortaan vrij spel in Syrië? Dat heeft Donald Trump begin januari te kennen gegeven tijdens een gesprek met journalisten, om eraan toe te voegen dat ‘Iran mensen uit Syrië laat vertrekken, maar dat ze daar eerlijk gezegd kunnen doen wat ze willen’. De woorden van de Amerikaanse president, kunnen op het eerste gezicht verrassend worden genoemd, omdat de regering-Trump de Iraanse expansie in de regio tegen elke prijs wil voorkomen. Als bondgenoot van Israël kijkt Washington met afkeuring naar de versterking van de Iraanse troepen in Syrië, die de Iraniërs in staat zou kunnen stellen een sjiitische corridor te creëren van Teheran naar Beiroet, via Bagdad en Damascus.

Desondanks sluiten de woorden van Trump naadloos aan bij zijn Midden-Oostenbeleid, omdat hij nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij zich wil ontdoen van het Syrische dossier. Een wens die afgelopen december werd bekrachtigd door het ondertekenen van het besluit om de Amerikaanse troepen terug te trekken uit het oosten van het land. ‘Een en al zand en dood,’ volgens de president. Hoe snel de Amerikaanse troepen zullen worden teruggetrokken, blijft vaag.

De strategie van de Amerikaanse president om de Iraanse invloed in te perken wordt gekenmerkt door tal van tegenstrijdigheden, ook al heeft hij zich vanaf het moment dat hij zijn intrek nam in het Witte Huis, fel afgezet tegen het Iranbeleid van zijn voorganger Barack Obama. Hoewel hij zich herhaaldelijk op bijzonder provocerende toon over Iran heeft uitgelaten, lijkt Trump ideologisch niet geheel op één lijn te zitten met de haviken in zijn omgeving, zoals de nationale veiligheidsadviseur John Bolton en minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, of met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Trumps diepe afkeer van Iran, die in Republikeinse kringen wordt gewaardeerd, lijkt meer ingegeven door opportunisme en de situatie van het moment dan door ideologische overwegingen, in tegenstelling tot bij andere leden van zijn regering. De Amerikaanse president toont zich minder strijdlustig dan sommigen van zijn adviseurs en verklaarde zich afgelopen juli bereid de Iraanse leiders te ontmoeten ‘wanneer ze dat willen’, zoals hij dat een maand eerder ook met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un deed.

Zonder een echte Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten zouden de Amerikaanse sancties weleens onvoldoende kunnen blijken om de Islamitische Republiek het hoofd te doen buigen