Neue Zürcher Zeitung | Zürich  

Mijn stad, een limbus van klanken en chaos

De Egyptische schrijver Mansoura Ez-Eldin wist niet wat ze hoorde toen ze voor het eerst in Europa kwam: stilte. Geen wonder, als je de drukte van Caïro gewend bent. 
Voor de Neue Zürcher Zeitung schreef ze een poëtisch verslag over haar complexe verhouding met stadslawaai.

De eerste keer dat ik mijn thuisland Egypte verliet, was toen ik in 2004 naar München ging. Door boeken, films en een heleboel 
buitenlandse vrienden was ik vertrouwd met de 
westerse cultuur. Dus eigenlijk had ik geen last van een cultuurschok. Op een uitzondering na: er was geen lawaai.

München leek doodstil. Natuurlijk, een doodstille stad bestaat niet, maar zo voelde ik het destijds. De stilte in München ervoer ik als een intense, dichte, diepe stilte. Ik kon haar bijna aanraken. De stilte 
had een kleur, een geur en een smaak. Ze was groen als smaragd, rook naar kaneel en had een zachtzuur aroma, als onrijpe perziken. Wat me irriteerde, was dat ik een hekel heb aan alles wat met kaneel te maken heeft, en dat groene perziken allerlei on-
plezierige herinneringen in me oproepen. Ik voelde me dan ook een beetje onbehaaglijk in München, terwijl ik het een prachtige grote stad vond.

Als ik terugdenk aan mijn eerste ontmoeting met München, realiseer ik me dat het er helemaal niet stil is. Het is er absoluut ook lawaaierig en bedrijvig. Ik ben daarna nog twee keer in München geweest 
en heb me ondergedompeld in de geluiden, kleuren en geuren aldaar. Ik had mijn heel eigen beeld van 
de stad, en dat beeld hielp me de klank en de waan van Caïro, de stad waar ik woon, die subtiele lawaaimachine, beter te begrijpen.