Nexos   | Mexico-Stad

Joaquín Villalobos, voormalig guerrillaleider in El Salvador, beweert in een analyse van het Venezolaanse socialisme dat hebzucht extreem-links ertoe heeft verleid om een militaire, kleptocratische dictatuur revolutie te noemen.

Fidel Castro heeft altijd gezegd dat het jammer was dat de eerste marxistische revolutie op het Latijns-Amerikaanse continent plaatsvond in een arm land als Cuba. Hij zei dat het rijke land Venezuela een betere plek zou zijn, en waagde een poging. In de jaren zestig sloot een groep Cubanen zich aan bij de Venezolaanse guerrilla en Teodoro Petkoff, oud-strijder van die opstand, vertelt dat Fidel had voorgesteld Che Guevara hun kant op te sturen, maar daar hadden de Venezolaanse guerrillero’s niet zo’n trek in. Zoveel was duidelijk: Che zou maar de aandacht trekken en in de weg lopen.

In de jaren tachtig vonden de belangrijkste revoluties plaats in Nicaragua en El Salvador, twee landen die armer waren dan Cuba en eerder verlegen zaten om hulp dan dat ze zelf iets te bieden hadden. Toen de grote leverancier Sovjet-Unie uit elkaar viel zag de toekomst er slecht uit. Cuba herpakte zich en probeerde de honger het hoofd te bieden, in Venezuela verscheen Hugo Chávez op het toneel.

Anders dan Colombia, dat een gewelddadig land met burgerpolitici is, is Venezuela een vreedzaam land met militaire politici. Veel Venezolanen zien militairen als de ‘bevrijders van het vaderland’. Het is dan ook niet zo raar dat de weerzin tegen de hervormingen van oud-president Carlos Andrés Pérez uiteindelijk de weg effende voor een couppoging in 1992 en eindigde in een electorale overwinning in 1998 van luitenant-kolonel Hugo Chávez. De militairen in Venezuela zijn van oudsher conservatief en autoritair, ze hebben repressie niet geschuwd en zijn getraind door Amerikanen. Ze kwamen aan de macht met een antipolitieke retoriek zoals die van Fujimori, en daarna omarmden ze een links soort antineoliberalisme. De vraag die destijds luidde: is Chávez een nieuwe ‘militaire krachtpatser’ of een leider van de revolutie, zoals hij zelf beweerde?

Bolivariaanse Revolutie

Overal ter wereld bogen linkse intellectuelen zich over het Venezolaanse militarisme en het socialisme waar het land in de 21ste eeuw voor stond. Duizenden pagina’s werden er volgepend om de geüniformeerde aanhangers van de Bolivariaanse Revolutie te voorzien van geloofsbrieven. Toen Salvador Allende leefde noemde niemand hem een revolutionair, hetzelfde gold voor Juan Velasco Alvarado (Peru), Juan Domingo Perón (Argentinië), en over Omar Torrijos (Panama), die van Fidel Castro de bijnaam ‘filosofische boerenpummel’ kreeg, hoeven we het niet eens te hebben.

Wat had Chávez dat Fidel Castro bereid was in het Engels ‘Happy Birthday’ voor hem te zingen? Hoe kreeg hij het voor elkaar dat de militairen in ieders ogen bijna meteen revolutionairen werden? De olie-inkomsten die Venezuela tussen 1998 en 2016 genereerde, worden op zo’n biljard dollar geschat, met stip de grootste olieboom die het land ooit heeft gekend. Het was een geldbacchanaal en wereldwijd mocht links aanschuiven. Fidel Castro, die tijdens de Falklandoorlog al had laten zien een pragmaticus te zijn – Castro steunde de Argentijnse naziachtige militairen – was zo vriendelijk om de ideologieloze militaire krachtpatsers in Venezuela revolutionairen te noemen. Ze hadden immers heel veel geld en waren bereid dat uit te delen.