Daily Maverick | Johannesburg

Eind december werden zwarte mensen van een strand bij Kaapstad verjaagd. Het doet denken aan een tijd waarin de mooiste stranden alleen voor de witten waren. Tegenwoordig is het allemaal anders, maar toch ook hetzelfde, schrijft journaliste 
Ferial Haffajee.

Ik zwem waar ik wil, maar nooit in Clifton omdat het water daar te koud is. En de mensen soms ook. Het is een prachtig strand, maar de inkomensongelijkheid is er te hoog om ook een fijn strand te zijn.

De eigenaars van de strandhuizen, die ze zelf ‘bungalows’ noemen en die tot de duurste ter wereld zouden behoren, hebben de toegangsweg afgesloten. 
Je moet een weinig comfortabele alternatieve route nemen om de ‘vrijheid’ van het strand te bereiken, waar je stuit op een welvaartskloof die nergens zo zichtbaar is als op dit strand in de duurste wijk van Kaapstad.

Met sterrenbeeld Vissen hou ik van 
het strand, ik ben het gelukkigst op een golf of in het water. Dankzij twee tantes ken ik de kust van Kaapstad ook goed. Met een van hen, mijn lieve tante en vriendin Daria, ga ik tegenwoordig liever naar de warme kust van Valsbaai, waar de stranden van Vishoek, 
Muizenberg en Danger de beste golven hebben en de getijdenpoelen een koel en zilt genot bieden. Daria nam me eerst mee naar de getijdenpoel van Dalebrook in St. James, waar alles in het verleden wit is gekalkt zodat het er zo veel mogelijk op Brighton zou lijken. Brighton is de Engelse kustplaats die mannen als Abe Bailey en Cecil John Rhodes en andere door de goudmijnen rijk geworden magnaten probeerden na te bouwen in Muizenberg en langs de schitterende kust van Valsbaai.

Ongekende vrijheid

Tot 1990, toen er een eind kwam aan de apartheid, waren deze stranden gereserveerd voor witte mensen. Maar tegenwoordig is het een mengeling van mensen van alle klassen en 
kleuren en gaat mijn tante Daria er graag zwemmen. Al tien jaar langneemt ze in de zomer minstens twee keer per week de trein naar Dalebrook, een vrijheid die ongekend was in de jaren zeventig, toen haar familie nog in Sunrise Circle van het strand werd gejaagd. Die herinnering staat haar zo scherp (en misschien zo pijnlijk) voor de geest alsof het gisteren is gebeurd. De meeste Zuid-Afrikanen dragen wel zo’n strandherinnering met zich mee, daarom wekt het incident in Clifton ook zo veel beroering. [Op 23 december hebben particuliere bewakers, betaald door de lokale superrijken, een paar mensen van het strand gestuurd, maar het is niet helemaal duidelijk of dit alleen zwarte mensen betrof. Hier wordt nog onderzoek naar gedaan.]

Een andere tante, die onlangs is overleden, leerde me te zwemmen waar ik wilde en me niets aan te trekken van gescheiden stranden. Deze tante Janey was een veteraan van de bevrijdingsbeweging, ze streed tegen apartheid 
en tegen gescheiden stranden. Op een keer, in de jaren zeventig, noemden kinderen op het strand van Muizenberg ons ‘koffies’, herinnert haar 
dochter Tasneem Essop zich. Het enige wat ik nog weet is dat tante Janey een van hen een ‘snotklap’ verkocht, een legendarische gebeurtenis in onze familie. Ik heb drie dingen geleerd van die gebeurtenis. Ten eerste: om nooit brutaal te zijn tegen tante Janey. Ten tweede: dat je je altijd tegen racisme, groot of klein, moet verzetten. En ten derde: dat Gods stranden er zijn om te zwemmen wanneer en hoe je maar wilt. Mijn tante leerde me dat al aan het eind van de jaren zeventig, toen het verzet tegen strandapartheid toenam.