Asia Times   | Hong Kong

De gemiddelde Vietnamees is momenteel nog maar 26 jaar oud, maar het land vergrijst in hoog tempo. En het gesocialiseerde zorgstelsel is, mede door misbruik, minder toereikend dan het lijkt.

Op het eerste gezicht is het gesocialiseerde zorgstelsel van Vietnam kerngezond. Ogenschijnlijk toont het aan dat de regerende Communistische Partij in staat is de bevolking essentiële collectieve voorzieningen te verschaffen. De meeste Vietnamezen hebben toegang tot een gesubsidieerde nationale ziektekostenverzekering. Dat is meer dan veel van de rijkste landen ter wereld kunnen zeggen. De gemiddelde levensverwachting in het communistische land ligt met 76 jaar slechts twee jaar onder die van de Verenigde Staten.

Bovendien hebben veel Vietnamezen dankzij jaren van snelle economische groei voldoende welvaart opgebouwd om geld opzij te kunnen zetten voor particuliere verzekeringen, die borg staan voor een betere gezondheidszorg dan de publieke sector in het algemeen biedt. Toch lijdt het zorgstelsel van Vietnam aan diverse kwalen. Hoewel de overheid de afgelopen jaren haar best heeft gedaan het socialezekerheidsstelsel uit te breiden, was eind vorig jaar ongeveer 13 procent van de bevolking – ruim 10 miljoen mensen – nog onverzekerd.

Steeds ouder

De Vietnamese bevolking wordt steeds ouder, en hoewel dit probleem niet zo nijpend is als in de snel vergrijzende samenlevingen van Thailand en Japan, zal het percentage 60-plussers in 2040 tot 21 procent van de bevolking zijn gestegen, tegen 12 procent nu. De gemiddelde Vietnamees is momenteel nog maar 26 jaar oud, maar tegelijkertijd vergrijst het land in een voor Aziatische begrippen hoog tempo.

‘Vietnam loopt het gevaar oud te worden voordat het rijk wordt’, luidt het in een rapport van het International Monetary Fund (IMF) van vorig jaar. Toen de Vietnamese beroepsbevolking (mensen tussen 15 en 64 jaar) in 2013 haar demografische piek bereikte, bedroeg het bruto binnenlands product (bbp) maar net iets meer dan 5000 dollar per hoofd van de bevolking. Tegelijkertijd zullen de zorgkosten voor Vietnamese ouderen de pan uitrijzen, vooral omdat het land de op een na hoogste levensverwachting heeft in Zuidoost-Azië.

Slechts 30 procent van de 60-plussers ontvangt momenteel een staatspensioen en minder dan 10 procent beschikt over spaargeld, zo blijkt uit de nieuwsberichten. Dit laatste cijfer gaat misschien omhoog naarmate ook de inkomens stijgen, maar als het eerstgenoemde percentage ook toeneemt, zal dat de regering ongetwijfeld miljarden dollars kosten.

Het IMF voorspelt dat in het huidige tempo de pensioenkosten de overheidsuitgaven tegen 2050 met acht procentpunten van het bbp hebben opgedreven: sneller dan in de twaalf andere Aziatische landen die het IMF ook heeft onderzocht.