Le Monde   | Parijs

Veertig jaar geleden werden 52 Amerikanen gegijzeld gehouden op de ambassade in Teheran. Daarna is er nooit meer een Amerikaans consulaat geopend.

Beelden van de helikopters die in april 1975, als het staartje van het Vietnamese debacle, in allerijl het personeel van hun ambassade in Saigon evacueerden, spookten in 1979 nog door het hoofd van de Amerikanen toen Washington negen maanden na het begin van de islamitische revolutie in Iran, op 4 november 1979, wederom een regionale bondgenoot kwijtraakte en er opnieuw een aanslag werd gepleegd op een van zijn ambassades, namelijk die in Teheran. 52 Amerikaanse staatsburgers werden 444 dagen lang gegijzeld gehouden. De onmacht van de president van de Verenigde Staten, Jimmy Carter, bespoedigde zijn nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 1980.

De Verenigde Staten en Vietnam hebben hun bilaterale betrekkingen sinds de normalisatie in 1995 continu versterkt. In één generatie hebben drie Amerikaanse presidenten zich ter plaatse begeven. De onmenselijke gevolgen van een hachelijke situatie die bijna vijftien jaar duurde behoren inmiddels tot het verleden. In de Islamitische Republiek Iran daarentegen is nooit meer een Amerikaanse ambassade geopend en duren de sancties van de VS onverminderd voort. Die zijn zelfs nooit helemaal opgeheven na de ondertekening van het kernakkoord met Iran in 2015. Aan de versoepeling waar dat akkoord wel toe leidde, heeft Donald Trump in 2018 een einde gemaakt.

52 gijzelaars werden 444 dagen vastgehouden op de Amerikaanse ambassade in Teheran, ter ondersteuning van de islamitische revolutie in Iran. – © Mohsen Shandiz /Sygma via Getty Images