Aeon | Londen

We leven in een permanente staat 
van besturing op afstand. Van de meeste producten die we kopen, is de afkomst onbekend en misschien zelfs wel onbemind. Maar als niemand nog begrijpt wat er precies gebeurt, wie kunnen we er dan verantwoordelijk voor houden? Historicus en curator Glenn Adamson pleit voor meer materiële intelligentie.

Zit je lekker? Zo ja, wat weet je dan over de stoel waar je zitvlak op rust? Weet je waarvan hij is gemaakt en hoe de productie eraan toeging? Waar hij is gemaakt en door wie? En om nog wat dieper te gaan: hoe de in de stoel verwerkte materialen aan de planeet zijn onttrokken? De meeste mensen zullen moeite hebben die eenvoudige vragen te beantwoorden. Het voorwerp waaraan jij je lichaam toevertrouwt, is in veel opzichten een raadsel voor je.

Je bent waarschijnlijk omringd door allerlei voorwerpen waar je praktisch niks van weet – inclusief het apparaat waarop je wellicht deze tekst leest. De meesten van ons weten heel weinig van onze directe fysieke omgeving. Dat ligt niet aan ons: eeuwen van voortschrijdende technologische verfijning en wereldhandel hebben ons op steeds grotere afstand geplaatst van de productie van voorwerpen, en zelfs van het besef van hoe ze worden gemaakt. Maar dat langzaam oprukkende gebrek aan kennis over onze materiële omgeving brengt wel een ernstig probleem met zich mee.

Tot zo’n honderd jaar geleden wisten de meeste mensen nog heel veel over hun directe fysieke omgeving. Dat is gestaag minder geworden, nu goederen met steeds grotere snelheden over steeds grotere afstanden worden vervoerd. Productieprocessen zijn zo complex geworden dat ook de mensen die dingen maken voor hun beroep – de ingenieurs, fabrieksarbeiders en scheikundigen onder ons – steeds specialistischer worden. En verdieping van kennis betekent meestal ook vernauwing van de blik. Dat belemmert het zicht op de totale productieketen en de herkomst van alle materialen en onderdelen, gereedschap en verpakkingsmateriaal. In de hele keten is er niemand meer, van de mensen aan de lopende band tot aan de directeur, die het hele plaatje overziet. Dat is deels een probleem van schaal: hoe weidser de blik, hoe moeilijker om wat dichtbij is nog scherp in beeld te krijgen.

Algoritmen

We leven in feite in een permanente staat van besturing op afstand. Tal van alledaagse procedures zijn, zoals Carl Miller stelt in zijn boek The Death of the Gods (2018), overgenomen door algoritmen. Die algoritmen worden op hun beurt weer aangedreven door andere algoritmen, in een eindeloze keten van doorgeschakelde berekening. Die geautomatiseerde besluitvorming is uitermate efficiënt, maar draagt ook bij aan een verantwoordingscrisis. Als niemand nog begrijpt wat er precies gebeurt, wie kunnen we er dan verantwoordelijk voor houden? Dat gebrek aan transparantie veroorzaakt een hele reeks ethische dilemma’s, met name ons onvermogen om stappen te ondernemen tegen de klimaatverandering – een onvermogen dat deels te wijten is aan onze psychologische afstand van de processen van grondstofwinning, productie en afvalverwerking. Om dezelfde reden voelen bedrijven zich nauwelijks verantwoordelijk voor werknemers die geoutsourcet zijn.

Afstand en schaalvergroting leiden bij consumenten tot hetzelfde probleem: als je de mensen niet kent die de spullen in jouw leven maken (en je zelfs geen voorstelling kunt maken van het leven dat zij leiden), is het ook moeilijk om je solidair met hen te voelen. Die afstand tussen makers en gebruikers creëert barsten in de sociale samenhang, barsten waarin het onkruid van afkeer en wantrouwen welig tiert. Zoals ieder gereedschap is technologie van zichzelf niet kwaadaardig. Maar hoe meer we vertrouwen op technologie als bindende kracht in onze samenleving, hoe meer die samenleving lijkt te verbrokkelen.

Wat kunnen we daaraan doen? Ik heb een bescheiden voorstel: laten we onze materiële intelligentie cultiveren. Laten we proberen ons weer te bekwamen in de finesses van onze fysieke omgeving, net zoals iedereen die de taal beheerst deze zin kan lezen en iedereen die goed is met cijfers een begroting kan opstellen. Als we dat houvast hervinden en weer oog en aandacht krijgen voor de voorwerpen die ons omringen, herwinnen we misschien een besef van onze plaats in de wereld en kunnen we meer verantwoordelijkheid nemen voor ons handelen.