Süddeutsche Zeitung  | München

De ‘aangeprate kamerloosheid’ van tegenwoordig werkt zo langzamerhand op de zenuwen; de wereld lijdt aan een overdosis loft.

Helaas moet het zo drastisch geformuleerd worden, maar de wereld ommuurt zich. Sinds de Tweede Wereldoorlog werden – ondanks de schijnbaar grenzeloze globalisering – nog nooit zo veel grenshekken, muren en grensinstallaties opgetrokken als in de huidige periode van renationalisering. Niemand heeft het Trump-tijdperk (‘Build that wall!’ – en laat de Mexicanen betalen) zo precies opgemeten als Elisabeth Vallet.

Ze doceert geopolitiek aan de universiteit van Quebec in Montreal en heeft voor haar boek Borders, Fences and Walls uitgerekend dat er op het ogenblik meer grensbarrières zijn dan in de periode van de Koude Oorlog. In de Neue Zürcher Zeitung wordt Vallet aldus geciteerd: ‘Als vandaag alle grenshekken en -muren aan elkaar geregen zouden worden tot één reusachtige grenswal, dan was hij 40.000 kilometer lang. Hij zou één keer de aarde rond gaan.’

In deze geopolitieke context is het bericht dat nu ook de architect Arno Brandlhuber nieuwe muren opricht absoluut choquerend. En ook opmerkelijk, omdat Brandlhuber willens en wetens de toorn van de Sancta Mater Ecclesia uitlokt. Enkele dagen geleden heeft de chef van de Heilige Moederkerk, paus Franciscus, namelijk ‘de bouwers van muren’ veroordeeld, ‘die, doordat ze angst zaaien, mensen uit elkaar proberen te drijven’. Zo wordt de voormalige onderbroeken- en tricotagefabriek uit de DDR in het zuidwesten van Berlijn, die Brandlhuber (Brandlhuber + Emde, Burlon) enkele jaren geleden op spectaculaire wijze heeft verbouwd en als persoonlijk toevluchtsoord voor het buitengewone, namelijk als ‘antivilla’, heeft vormgegeven, bedreigd met excommunicatie.

Antivilla

‘Wat moet ik dan?’ verklaart de architect aan de telefoon, ‘Ik ben vader.’ Zijn dochter is drie jaar oud, en de eigenlijke, lieftallige reden waarom er in de antivilla, die oorspronkelijk ook als antiwandhuis van de vloeiende ruimte bedoeld was, nu toch een wand staat. Weliswaar is ze maar enkele meters lang (dus in vergelijking met de 40.000 kilometer te verwaarlozen), en bestaat ze in plaats van uit beton, bewegingssensoren en dronesurveillance alleen maar uit hout, boekenplanken en spiegelglas: een wand is een wand is een wand. Het werd noodzakelijk om in de wandloze en kamervrije antivilla, die dus uit een uniek ruimtecontinuüm bestond, zoiets simpels te creëren als een door banen stof af te scheiden domein. Arno Brandlhuber lijkt in die zin wel een seismograaf van de bouwkunst. Als deze architect – al is het maar om redenen van persoonlijke en temporele aard – een wand introduceert, dan geeft je dat te denken. Overigens is algemeen bekend dat Brandlhuber een verstandige architect is, een politiek geïnteresseerd mens en bovendien een begenadigd ironicus. Als die wand er dan echt moet komen, dan liever een van spiegelglas. Schijnbaar immaterieel, maar alleen schijnbaar.

Maar juist deze spiegelglaswand, die zich nu exact daar bevindt waar voorheen op Brandlhubers legendarische ‘muursloopfeestjes’ (inclusief uitreiking van zwaar boorgereedschap) de binnenruimte van de antivilla bevrijd werd van storende wanden, blijkt een vehikel voor een ronduit anachronistische overweging: zou het zo kunnen zijn dat we minder over grensmuren na zouden moeten denken, maar dat we ons tegelijk ook zouden moeten afvragen of het zeer menselijke verlangen naar wanden in onze woonhuizen en kantoren niet opgeofferd wordt aan een modieus en soms erg ondoordacht ‘open space’-regime?

Symptomatisch voor de mode van de doorlopende ruimte, welbekend in de bouwgeschiedenis sinds Mies van der Rohes constructieve principe van de ‘vrije plattegrond’, is bijvoorbeeld het op de Keulense meubelbeurs voorgestelde ‘innovatieve’ woonconcept van Kate en Joel Booy. Volgens de ontwerpers bepalen niet meer de functies, ‘maar de stemmingen het gebruik van de ruimte’, waarbij de woonruimte niet meer uit aparte ruimtes, maar uit zones bestaat – ‘natuurlijk vloeiend, organisch’. Wanden en kamers zijn er niet meer in deze ideale habitat. In plaats daarvan gordijnen en ruimteverdelers, evenals zichtschermen van planten. Aan de andere kant werkt die aangeprate kamerloosheid van tegenwoordig een mens meer en meer op de zenuwen; de wereld lijdt aan een overdosis loft.