Africa is A Country | New York

In de mondiale pikorde bepaalt staatsburgerschap, meer nog dan ras, waar een burger terechtkomt op de sociale ladder. Het privilege van een westers paspoort, omdat je nou eenmaal geboren bent in een bepaald land, is volgens Vik Sohonie een onhoudbaar onrecht waar niets tegen wordt ondernomen.

Ik weet nog dat ik jaren geleden, op het vliegveld van Kuala Lumpur, de mondiale pikorde duidelijk zag afgetekend in drie verschillende secties bij de paspoortcontrole: visumaanvraag bij aankomst, cellen voor tijdelijke opsluiting en de alledaagse paspoortcontrole. Zuid-Aziatische burgers stonden in de rij voor de buitenkans om een visum bij aankomst te bemachtigen, terwijl voornamelijk zwarte Afrikanen in de cellen zaten en westerlingen met hun superieure paspoorten in vloeiende rijen langs de douaniers stroomden. Maleisië biedt, anders dan de meeste andere landen, visumvrije toegang voor inwoners van een aantal Afrikaanse landen, toch werden de eigenaren van deze armzalige paspoorten met argusogen bekeken. De in beton gegoten hiërarchie van toelating op basis van nationaliteit was me in één oogopslag duidelijk.

Straaltje licht

Het paspoortprivilege is een onhoudbaar onrecht waar niets tegen wordt ondernomen en dat een enorme, onbelichte rol speelt in het migratiedebat en de migratie-‘crisis’. Degenen die zich gelukkig mogen prijzen met een geprivilegieerd paspoort – vrij reizen over de aardbol, fluitend langs vriendelijk glimlachende douaniers wandelen met een inreisstempel voor een verblijf van negentig dagen, gaan en staan waar je maar wilt zonder een berg aan bewijsmateriaal te moeten overleggen om officieel aan te tonen dat je een respectabel mens bent – zijn zich vaak niet eens bewust van de zeldzame macht die ze bezitten. Slechts een piepkleine minderheid is deze zalige onwetendheid en die vorstelijke behandeling gegund. Maar zo werkt het niet voor de rest.

Eindelijk is er een straaltje licht gevallen op het onrecht dat bijna viervijfde van de mensheid moet verdragen. De muziekindustrie en de literaire wereld in Groot-Brittannië hebben de karrevracht aan afgewezen visumaanvragen van bekende muzikanten en schrijvers van het zuidelijke halfrond publiekelijk aangekaart. De hardste klappen vielen onder de staatsburgers van Afrikaanse landen die voor culturele festivals waren uitgenodigd. Maar de bijna misdadige praktijken van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken hebben, terecht, het meeste stof doen opwaaien. Sorie Koroma, een oudere, blinde kondi-speler uit Sierra Leone (ook wel bekend als Sorie Kondi) zou afgelopen jaar in Groot-Brittannië en andere Europese landen optreden en hoopte in Oost-Aziatische hoofdsteden een nieuwe markt voor Afrikaanse bands aan te boren.

Met alle tourdata op zak vroeg Koroma in Freetown bij een van de tussenkantoortjes die de afhandeling van visumaanvragen voor de Britse en Europese ambassades mogen opknappen een visum voor het Verenigd Koninkrijk aan. Het lokale bestuur voor het eigen karretje spannen is een beproefde koloniale methode. Koroma ontving een e-mail waarin stond dat de verwerkingsduur voor zijn visumtype in de regel vijftien dagen bedroeg, en korter in geval van de prijzige spoedservice. De e-mail vervolgde: ‘Helaas hebben zich problemen bij de afhandeling voorgedaan waardoor we uw aanvraag niet binnen de streeftermijn kunnen beoordelen.’ Koroma had al eerder in Groot-Brittannië opgetreden en meestal worden visumaanvragen van terugkerende bezoekers sneller verwerkt, maar na zestig dagen werd Koroma’s paspoort nog altijd door het Verenigd Koninkrijk zonder tekst of uitleg vastgehouden en hij kreeg zelfs niet de mogelijkheid om de aanvraag in te trekken, zodat hij alle optredens aan zijn neus voorbij zag gaan.