New Statesman   | Londen 

Het publieke ‘debat’ is waardevol wanneer vrije meningsuiting betekent dat de een luistert naar wat de ander te zeggen heeft. Handig ook als feiten aan weerszijden worden erkend. Geïnspireerd door de mores van het internet worden de wetten van een open en beschaafde discussie vaak met voeten getreden.

Onlangs stuitte ik bij de kassa van boekhandel Waterstones op een verrassend boek. Political Correctness Gone Mad? was verrassend omdat het niet echt een boek was, maar een transcriptie van het Munk Debate van vorig jaar mei, onder de titel ‘Wat jullie politieke correctheid noemen, noem ik vooruitgang’, waarin hoogleraar psychologie Jordan Peterson en acteur/schrijver Stephen Fry het opnamen tegen hoogleraar sociologie Michael Eric Dyson en The New York Times-columnist Michelle Goldberg.

Ik had het debat zelf al gezien. Sinds 
ik vorig jaar de zonde heb begaan een artikel over Peterson te schrijven, straft het algoritme van YouTube me door me elke dag zijn video’s aan te bevelen. Ik had gedacht dat deze de moeite van het bekijken waard zou zijn. Dat was niet zo. Twee pijnlijke uren lang slaagden de twee kampen er niet in het eens te worden over een zinvolle definitie van politieke correctheid. Zelfs Peterson en Fry praatten langs elkaar heen. En toch: daar lag het, vereeuwigd in een harde kaft alsof het ging om het Lincoln-Douglas-debat van onze tijd [het Lincoln-Douglas-debat was een beroemde serie debatten tussen Republikein Abraham Lincoln en Democraat Stephen Douglas, in hun strijd om het presidentschap in 1858, vert.].

De prestigieuze Munk Debates, die twee keer per jaar worden gehouden in het Canadese Toronto, zijn ouderwetse, op Oxford-leest geschoeide debatten, met een stelling, twee elkaar bestrijdende duo’s en een publieksstemming. In wezen is het een wedstrijd met winnaars, verliezers en een aantal spelregels. ‘Iedereen begrijpt meteen dat het geen echte ruzie is,’ zegt de Ierse schrijfster Sally Rooney in haar essay over haar tijd als debating-kampioen. ‘Stel je voor dat het met elk conflict zo zou gaan: je hoeft niet opgewonden of boos te worden, iedereen luistert naar je, ook al willen ze dat niet, en aan het eind van de discussie vertelt een aardige man met een Brits accent je dat 
de wedstrijd nu voorbij is en dat je hebt gewonnen.’

In het Munk Debate brengt de aanwezigheid van Peterson de ruwe, tegendraadse energie van de onlinewereld met zich mee: zo wordt het debat een soort intellectueel kooigevecht waarin je, om bij het taalgebruik te blijven van de YouTube-video’s die de aardige man met het Britse accent hebben vervangen, je tegenstander moet VERSCHEUREN, VERWOESTEN en NEERMAAIEN. De populairste, door een fan gemaakte video met achter elkaar gezette hoogtepunten van het betreffende Munk Debate heet ‘Jordan Peterson: BEST COMEBACKS’. Bekijk je het complete debat, dan lijkt hij knorrig en defensief, maar deze montage schept de illusie dat hij voortdurend het gesprek domineert.

Munk Debate 'Politieke correctheid'