The Observer  | Londen  

Ooit waren de politieke scheidslijnen duidelijk. Maar nu zijn ze willekeurig en ongrijpbaar, en doen symbolen en emblemen er meer toe dan ooit.

Een paar jaar geleden logeerden we in een cottage in Littondale in de Yorkshire Dales. Op een avond gingen we iets drinken in de plaatselijke pub. Die was van binnen en van buiten behangen met union jacks. Zodra ik die vlaggen zag, gingen mijn nekharen overeind staan. Elke zwarte of Aziatische persoon die in de jaren zeventig en tachtig in Groot-Brittannië is opgegroeid zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gevoeld. In die tijd was de Union Jack een signaal dat betekende: ‘Pas op: fascisten’.

Natuurlijk is Littondale in de jaren tien van deze eeuw heel anders dan Oost-Londen in de jaren tachtig van de vorige en ook de Union Jack heeft nu een heel andere betekenis. De sfeer in de pub was gastvrij en vriendelijk en we zijn er meer dan eens teruggekomen. En toch weet ik dat als ik weer een pub zie die is behangen met union jacks, mijn nekharen weer overeind zullen gaan staan.

Tekens en symbolen zijn een wezenlijk onderdeel van ons leven, ze helpen ons onze weg te vinden in de samenleving en geven ons de kans om uiterlijke verschijning te verbinden met een innerlijke essentie of waarheid. Ze bieden ons een middel om te laten zien wie we zijn en waar we voor staan. Daarom dragen we insignes en linten, dragen veel joodse mannen een keppeltje en sommige islamitische vrouwen een hidjab.

De manier waarop wij tekens lezen en de betekenissen die we eraan toeschrijven, zijn niet per se rationeel, zoals bleek uit mijn reactie op de Union Jack. Door persoonlijke ervaring is in mij een reflex ontstaan om op een bepaald teken te reageren.

De verwrongen manier waarop mensen sociale tekens interpreteren kan bijzonder schadelijk zijn. Racisme kent een verderfelijke diepere betekenis toe aan oppervlakkige kenmerken. Voor een racist kan een zwarte huid een teken zijn van dreiging of van inferioriteit, een immigrant een signaal van maatschappelijk verval.

De conservatieve activist Graeme Archer schreef onlangs in een essay dat we leven in een ‘tijd van semiotiek’ waarin tekens zowel essentieel zijn als vreemd verwrongen. Tekens zijn ‘getribaliseerd’ en de ‘deconstructie van tekens […] is onze belangrijkste politieke diagnostiek geworden’.

Hierin schuilt een zekere waarheid. Denk aan het brexitdebat. De vijandigheid en intimidatie waarmee de conservatieve tegenstander Anna Soubry te maken kreeg, heeft de afgelopen week een groot deel van de discussie overheerst. ‘Zover is het met ons land gekomen,’ merkte Soubry op in een berucht interview op het Londense College Green, overstemd door spreekkoren als ‘Soubry is een nazi’. Ze had gelijk, al was het misschien niet helemaal op de manier waarop zij het bedoelde.