Süddeutsche Zeitung | München

De Koerden moeten de gevangen IS-strijders met 
een Duits paspoort, dringend kwijt. Duitsland wil ze niet hebben.

Ze hebben mogelijkerwijs 
oorlogsmisdaden begaan, Yezidi-vrouwen verkracht en burgers gemarteld en vermoord. Ze vormen een bedreiging, een veiligheidsrisico, ze zijn geradicaliseerd en door naar Duitsland terug te keren zullen ze dat radicalisme niet automatisch kwijt zijn. Moeten we hen echt terughalen?

Jazeker: als er voldoende verdenking tegen hen bestaat, kunnen de ex-IS-strijders onmiddellijk in voorarrest worden gezet. Als er voldoende bewijs is, kan het openbaar ministerie hen aanklagen. Na een langdurig proces zal de strafrechter de verdachten uiteindelijk wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie (omdat er verder geen bewijs is) tot drie jaar gevangenisstraf veroordelen. Die ze al in voorarrest hebben uitgezeten. Moet dat zo? Kan het niet anders? Is dat de prijs van de rechtsstaat?

Daar is een pragmatisch argument voor: Duitsland verwacht dat andere landen hun onderdanen ook terugnemen als die worden teruggestuurd omdat ze in Duitsland een gevaar voor de veiligheid zijn. Dus kan Duitsland moeilijk weigeren Duitse terroristen uit Syrië terug te nemen. Mits het Duitsers zijn. De eis om deze mensen hun Duitse nationaliteit te ontnemen, is dan ook snel uitgesproken. Maar dat kan niet, omdat de grondwet strikt voorschrijft: ‘Het Duitse staatsburgerschap mag iemand niet ontnomen worden.’ De nazi’s hadden zich schandelijk misdragen door mensen de Duitse nationaliteit af te nemen, en de opstellers van de grondwet wilden elk oneigenlijk gebruik van het afnemen van het staatsburgerschap dan ook absoluut voorkomen. Maar de grondwet maakt onderscheid tussen het afnemen van het staatsburgerschap, wat absoluut verboden is, en het onder voorwaarden toegestane verlies van het staatsburgerschap.

De identiteitsbewijzen van buitenlandse IS-strijders uit Irak, Libië, Bahrein, Tunesië en Turkije die via Turkije naar Syrië zijn gereisd. – © HH