Frankfurter Allgemeine Zeitung   | Frankfurt

De uitgesproken linkse regering van Berlijn lijkt zich aan te sluiten bij het doel van de studenten: ‘Wij willen een socialistische stad.’

De linkse regering van Berlijn, een van de Bundesländer, houdt wel van onteigeningen, maar wijst hervormingen die allang plaats hadden moeten vinden van de hand. Berlijn groeit, en daarom is er in de hoofdstad aan van alles een tekort. Aan leraren bijvoorbeeld, goede scholen, veilige fietsroutes, straten zonder files, een goed functionerend bestuur, veiligheid in de openbare ruimte. Wat in Berlijn misschien nog het meest ontbreekt zijn betaalbare woningen voor modale inkomens, in elk geval in het steeds groter wordende stadscentrum.

Aan de voor de hand liggende oplossing, het bouwen van zo veel mogelijk woningen, werkt de rood-rood-groene regering maar op halve kracht en de doelen die ze zich heeft gesteld worden zo niet bereikt. Al wekenlang woedt in Berlijn het debat of dit probleem niet op een andere, uit duistere tijden bekende manier te lijf kan worden gegaan: via onteigening. In april wordt begonnen met het bijeenbrengen van handtekeningen voor een referendum. De campagne is gericht tegen Deutsche Wohnen, dat met 115.000 woningen de grootste onroerendgoedbezitter op de Berlijnse markt is. En niet alleen deze onderneming, maar alle ondernemingen of personen die meer dan 3.000 woningen bezitten, moeten tegen een – min of meer nominale – schadeloosstelling worden onteigend. De sympathie onder de bevolking voor een dergelijke maatregel is, dertig jaar na het eind van het staatssocialisme in de ene helft van de stad, verbazingwekkend groot.

Een van de drie regeringspartijen, Die Linke, staat achter het initiatief om te onteigenen, en ook een deel van de Grünen voelt zich tot het idee aangetrokken. Aanvankelijk sloot de regerend burgemeester, Michael Müller (SPD), onteigening wekenlang niet uit. Maar het is ingewikkeld en zou pas de derde, vierde of vijfde stap moeten zijn. Nu heeft hij zich, na grote innerlijke strijd, in een gesprek met deze krant tegen het idee uitgesproken. Het is niet zijn werkwijze en niet zijn manier van politiek bedrijven. Maar hij ‘zou ook niet toestaan dat winstmaximalisatie tot sociale breuklijnen in mijn stad leiden’. Ondertussen slagen Linke en Grünen, die zich beroepen op de urban community, erin om door middel van het creëren van steeds nieuwe ‘bewonersreservaten’ vooral hun eigen alternatief-burgerlijke clientèle te bedienen en de bouw van nieuwe woningen te voorkomen.

Links-links-links

Müller heeft zich tot nu toe nauwelijks onderscheiden door op te treden tegen de linkse fantasieën van zijn coalitiepartners. Dat heeft deels te maken met zijn neiging conflicten te vermijden, maar ook met de stemming in zijn eigen partij. Want Berlijn heeft geen centrum-linkse regering, maar een links-links-linkse regering. Een uitgesproken linkse SPD zit in een coalitie met nogal linkse Grünen en met Die Linke, een partij die duidelijk naar links is opgeschoven. Ze vindt niet meer alleen steun in de oostelijke wijken, maar ook bij studenten, de linkse scene, de protestcultuur van de stad. Door zijn weigering om te onteigenen maakt Müller zich nu ook impopulair bij delen van zijn eigen partij. Ook de Jonge Socialisten in Berlijn zijn voor het onteigenen van woningen, de wijkraad van Pankow eiste zelfs dat alle natuurlijke en rechtspersonen ‘met meer dan twintig woningen onteigend worden en hun woningen worden gesocialiseerd’. Hun doel werd duidelijk beschreven: ‘Wij willen een socialistische stad.’

De linkse koers is niet alleen bij het woningvraagstuk zichtbaar. Ook belangrijke maatregelen die tot meer veiligheid in de stad zouden leiden, worden tegengegaan, zoals videobewaking op plaatsen met veel criminaliteit. De minister van Binnenlandse Zaken, Andreas Geisel, een lichtpuntje binnen de Berlijnse SPD, wil dat verankeren in een nieuwe politiewet, net als de mogelijkheid voor politieagenten om uit noodweer gericht te schieten, waar op dit moment in Berlijn geen expliciete wettelijke basis voor bestaat. Maar Die Linke wijst dergelijke hervormingen, die al veel eerder hadden moeten plaatsvinden, af en noemt dat dan een uitdrukking van vrijheid en dicht bij de mensen staan.

Wat betreft de vluchtelingenpolitiek voert Berlijn een pro-integratiepolitiek, wat op zich prima is, maar wel als consequentie heeft dat Berlijn in vergelijking met de rest van het land het geringste aantal uitzettingen realiseert. Maar Die Linke heeft Berlijn wel een nieuwe vrije dag cadeau gedaan, namelijk Internationale Vrouwendag op 8 maart, die tot nog toe alleen in communistische en autoritaire staten gevierd wordt en in 1921 tijdens het tiende congres van de Communistische Partij in Moskou in het leven is geroepen. Ook hier heeft Müller niet doorgedrukt, hoewel hij zich eigenlijk had uitgesproken voor 18 mei, ter herinnering aan de democratische revolutie van 1848. Maar wie zou iets tegen een feestdag voor vrouwen durven inbrengen?