L’Orient du Jour   | Beiroet  

De Libanese schrijfster Dominique Eddé maakt van de gelegenheid gebruik om de bekende filosoof Alain Finkielkraut, die onlangs werd uitgescholden voor ‘vieze zionist’, niet alleen een hart onder de riem te steken, maar ook zijn verstarde verdediging aan de kaak te stellen. ‘U ontkent een deel van de werkelijkheid om een andere te laten bestaan.’

Beste Alain Finkielkraut, laat me om te beginnen salamtak tegen u zeggen, het woord dat je in het Arabisch gebruikt om iemand geluk te wensen die is ontsnapt aan een ongeluk of, zoals u, aan een aanval [op 16 februari werd Finkielkraut het slachtoffer van antisemitische beledigingen tijdens een demonstratie van ‘gele hesjes’].

Het geweld en de haat tegen u hebben me niet alleen boos gemaakt, maar ook pijn gedaan. Kan ik in deze situatie de woorden vinden om u tegelijkertijd mijn solidariteit en mijn diepste gedachten over te brengen? Ik ga het proberen. Want ik richt me in deze brief tot u maar ook, via u, tot al diegenen die verlangen naar vrede.

Misschien herinnert u het zich nog. Begin jaren tachtig hebben wij elkaar ontmoet, in Parijs, bij uitgeverij Le Seuil, en sindsdien zijn we elkaar zorgvuldig uit de weg gegaan. Tijdens de invasie door Israël in Libanon kon u er niet tegen om mij te horen zeggen dat een gebouw als een kaartenhuis was ingestort na de inslag van een Israëlische fragmentatiebom. Die waarheid botste te hard met de uwe. Alleen doordat de Israëlische historicus Saul Friedländer onverwacht binnenkwam in het kantoor waar wij ons allebei bevonden, werd de waarheid recht gedaan. Hij kende de feiten. Ik herademde.

U ging weg zonder mijn woede de ruimte te geven. Er was in u slechts ruimte voor de uwe. Gedurende de decennia die volgden is het ziektebeeld verergerd. Hoe u ook hield van Levinas, de grote filosoof van de alteriteit, het werd voor u steeds moeilijker, onmogelijk zelfs, om ook maar het kleinste kruimeltje terrein prijs te geven aan iemand die u als een bedreiging ziet. Die afgeslotenheid, die volmaakt begrijpelijk is gezien de geschiedenis die de uwe is, zou geen probleem zijn geweest, als hij zich niet had ontwikkeld tot een intellectuele kruistocht.

Sympathie en ergernis

De manier waarop u tekeergaat wanneer er een verschil van mening is, wekt in mij telkens weer empathie en ergernis. Empathie omdat ik weet dat u het oprecht meent. Ergernis omdat uw intellect er duidelijk meer op is ingericht om zich te laten horen dan om de ander te horen.

Zelfs uw helderste argumenten lopen telkens weer vast op uw allergie voor wat daartegenin te brengen zou kunnen zijn. Zo heeft de salafistische islam, onze gemeenschappelijke vijand en wat ervaring betreft eerder de mijne dan de uwe, ervoor gezorgd dat u geregeld miljarden moslims en een duizendjarige cultuur verwart met een boek, een vers, een leus.

Voor u is de tijd opgehouden op het moment dat het nazisme de mensheid onthoofdde. Er was geen toekomst meer mogelijk en geen andere weg dan terug naar het verleden, terug naar een beschaving waarvan een Europeaan vóór die catastrofe nog kon dromen. Dat is voor mij niet eens zo moeilijk te begrijpen, want ik koester dezelfde nostalgie naar de intellectuele omzwervingen aan het begin van de vorige eeuw als u.

Maar u hebt zich die vermenging van nostalgie en denken eigen gemaakt die het tweede in dienst stelt van het eerste, ten koste van de helderheid. Verontrustender nog, in die ‘wereld van gisteren’ wijst u juist het mooiste daarin af: het kosmopolitisme, de vermenging. Wat u betreft moeten de kleuren, de talen, de gezichten, de herinneringen die van elders zijn gekomen, verdwijnen of vergeten worden, omdat ze een smet werpen op de wereld waarnaar u terugverlangt.