Der Spiegel  | Hamburg

De Franse intellectueel Bernard-Henri Lévy maakt geen verschil tussen zijn eigen ego en de goede zaak. Hij toert tegenwoordig langs onze hoofdsteden als een onemanshow voor de Europese gedachte.

Ergens tijdens het tweede bedrijf raakt de man op het podium opeens volledig de draad kwijt. Struikelend en stotterend zoekt hij naar de juiste uitdrukking. Stamelend, woorden verhaspelend verbetert hij zichzelf, maar het is al te laat. Het momentum is weg, de vaart is eruit. In een monoloog kun je geen fouten maken.

In het licht van de spotlights is de charme van de Fransman verdwenen als sneeuw voor de zon. Met ware doodsverachting heeft hij geprobeerd zich in het Engels uit te drukken, maar het klinkt nergens naar. Hij geeft zijn laptop aan zijn assistente, neemt een stapeltje papier van haar aan dat hij nerveus doorbladert en ten slotte in de hoek gooit en gaat weer verder met zijn verhaal.

Maar het publiek is hij kwijt. 1700 mensen moeten hier zijn, in het naar verluidt uitverkochte maar toch niet helemaal volle Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. In het begin klonk hier en daar een opmerking, nu neemt het gemopper hoorbaar toe. De eerste bezoekers zijn al op weg naar de uitgang.

En wat doet de man op het toneel?

Hij gooit boeken in een volle badkuip: ‘Wagner en Mozart, Siegfried en Don Giovanni, in de badkuip! Bathseba, Charlotte Corday, Asia Argento, Madeleine, in de badkuip! Alles in de badkuip!’ roept hij en uiteindelijk gaat hij er, in zijn zwarte pak, ook zelf in liggen. Het hoort bij de voorstelling. Zo blijft hij een tijdje liggen, als Jean-Paul Marat voordat hij wordt vermoord, voordat hij weer tot zichzelf is gekomen. ‘Waar was ik ook alweer gebleven?’ Druipend komt hij het water uit en gaat verder met zijn monoloog.

Bezoekers beginnen in kleine groepjes de zaal te verlaten. De bijeenkomst gaat als een nachtkaars uit. Op het podium blijft de man maar tekeergaan. Een verzopen kat.

De volgende ochtend is Bernard-Henri Lévy nog steeds confuus vanwege de mislukte avond. Schoon pak, opgeladen telefoon, maar een zwarte stoppelbaard en een vermoeide blik. ‘Hebt u het gezien? De grootste angst van alle acteurs op de hele wereld is werkelijkheid geworden. Ik was mijn tekst kwijt!’

De autocue op zijn laptop had de geest gegeven. Eigenlijk heeft de filosoof, schrijver, verslaggever, regisseur en activist geen souffleur nodig. Het script van Looking for Europe is al oud, hij heeft het zelf geschreven en past het nog steeds aan. Hij speelt zichzelf, een intellectueel vlak voor zijn toespraak op een vredescongres. In Sarajevo, waar Europa ‘honderd jaar terug zijn eerste zelfmoordpoging heeft ondernomen’. Dit continent, de Europese gedachte is zijn onderwerp. Maar waar gaat het met dit continent naartoe? En wat is de Europese gedachte? Onafgebroken ijsbeert onze man in zijn gestileerde hotelkamer op en neer, whisky drinkend en pillen slikkend en ter inspiratie steeds weer op zijn laptop kijkend. ‘Google is mijn beste vriend.’