The Conversation Africa | London

De gevechten in Libië verplaatsen zich naar de buitenwijken van de hoofdstad Tripoli en de VN hebben opgeroepen tot een staakt-het-vuren. Moina Spooner sprak met Jacob Mundy, auteur van een recent boek over de aanhoudende burgeroorlog in Libië.

The Conversation: Hoe erg 
is de situatie in Libië, en is die in het hele land hetzelfde?

Jacob Mundy: ‘Dit lijkt de ernstigste escalatie van de gevechten sinds de huidige Libische burgeroorlog in 2014 begon. Die oorlog brak uit toen er door het einde van het langdurige regime van Moammar Gaddafi een machtsvacuüm werd gecreëerd, dat verscheidene 
facties probeerden op te vullen.

Momenteel is de macht in Libië verdeeld tussen twee politiek-militaire autoriteiten: een parlement in het oosten dat wordt gesteund door het Libische Nationale Leger van Khalifa Haftar, dat nu grote delen van het grondgebied beheerst, en een internationaal erkende bewindvoerder in 
Tripoli, die wordt gesteund door 
voornamelijk in de hoofdstad en de omringende regio gelegerde milities.

Een ernstige bron van zorg is de mogelijkheid van een langdurige belegering van de hoofdstad. Dat is in het recente verleden zowel in Benghazi gebeurd, de tweede stad van Libië, als in de 
kleinere steden Derna en Sirte. Al die steden leden enorme infrastructurele schade en er was sprake van ernstige schendingen van de rechten van de burgerbevolking door milities en 
terroristen die om de macht streden.

In en rond de hoofdstad woont ongeveer eenderde van alle Libiërs, zodat 
de dreiging voor niet-strijders, zoals 
de recente verrassingsaanval op de luchthaven, heel reëel is.’

Jacob Mundy