Bloomberg | New York

De dagen van de rijke Russen in Londen lijken geteld. Lange tijd gold het VK als speeltuin voor oligarchen, met Roman Abramovitsj als lichtend voorbeeld. Maar nu lijkt de Britse regering het op deze lieveling van Poetin gemunt te hebben.

Afgelopen augustus, toen supporters van de Chelsea Football Club in het Stamford Bridge-stadion toekeken hoe hun team de Londense rivaal Arsenal versloeg, rolde een groep op de bovenste tribune een twaalf meter breed rood-met-wit spandoek uit. ‘The Roman Empire’, stond er in koeienletters op, naast een foto van de eigenaar van Chelsea, de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vlak daaronder verkondigde een ander spandoek: ‘15 Years. 15 Trophies’.

Abramovitsj was die dag niet bij de wedstrijd aanwezig. Hij is zelfs helemaal niet meer in Londen gezien sinds het Verenigd Koninkrijk afgelopen lente heeft nagelaten zijn visum te verlengen, kort nadat het Rusland had beschuldigd van het gebruik van een dodelijk zenuwgas op Britse bodem en de relatie tussen Londen en Moskou in een crisissfeer belandde.

Abramovitsj kocht het bijna failliete Chelsea in 2003 voor 140 miljoen pond en heeft de club sindsdien meer dan 1,1 miljard pond geleend. Chelsea had de landstitel al sinds 1955 niet meer gewonnen. Zijn grote investering bracht daarin verandering en leidde tot een soort wapenwedloop in het Engelse voetbal. In sommige opzichten leek het op het Amerikaanse model: koop talent, koop titels en verkoop merchandise en mediarechten. Maar anders dan eigenaars van Amerikaanse sportteams leek Abramovitsj niet beducht voor gigantische verliezen. (En hij had niet te kampen met investeringslimieten, tot er in 2010 nieuwe regels van kracht werden.) Tijdens de wedstrijd tegen Arsenal hoonden de Chelseasupporters hun tegenstanders met de slogan ‘Wij hebben alles gewonnen!’, waarop de Arsenalfans terug scandeerden: ‘Jullie hebben alles gekocht!’

De Britse wetgevers noemen de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico