Der Spiegel | Hamburg

De Mekong, Moeder van het water, zoals de grootste rivier in Zuidoost-Azië heet, bepaalt de toekomst van ongeveer de hele economische regio. Daar zorgen de Chinezen wel voor. In geen enkele regio reikt de invloed van China zo ver als in de landen aan de Mekong.

Meer dan 4300 kilometer meandert de langste rivier van Zuidoost-Azië naar de Stille Oceaan, van de bron in het Tibetaanse hoogland naar Cambodja en Vietnam, waar hij uitmondt in een delta. Lancang heet hij in China, Mekong, ‘moeder van het water’, in de landen stroomafwaarts. De rivier is de levensader van deze regio, hij bewatert rijstvelden en mangoboomgaarden en voorziet miljoenen mensen van drinkwater, voedsel en energie.

In het Westen roept de Mekong exotische beelden en historische herinneringen op, aan een eeuw van Europese koloniale en Amerikaanse militaire geschiedenis, aan de tempel van Angkor Wat en de lanen van Saigon, aan de jungleoorlog van de jaren zestig, aan helikopters en patrouilleboten.

In Azië bepaalt de Mekong de toekomst van een hele economische regio. Vijf ongelijke landen verbindt hij aan zijn benedenloop: het economisch sterke Vietnam, zijn argwanende buurland Cambodja, het zelfbewuste Thailand, het politiek geïsoleerde Myanmar en het nog achtergebleven Laos.

Tegelijkertijd vormt de rivier de band tussen deze vijf landen en China, hun grote buurland in het noorden. Via de Mekong ontsluit zich voor Beijing een gebied waarin het stuwdammen, krachtcentrales en fabrieken bouwt en wegen, spoorlijnen en havens aanlegt. Hier in Zuidoost-Azië krijgt een wereld gestalte waarin China de lakens uitdeelt, veel meer nog dan in Centraal-Azië, Afrika of Europa.

Zijderoute-initiatief

Over de hele wereld is Beijing bezig om grondstoffen veilig te stellen en handelscorridors en nieuwe markten te openen. Het algemene kader daarvoor wordt gevormd door China’s zijderoute-initiatief, een breed opgezet ontwikkelingsprogramma dat oorspronkelijk alleen Eurazië zou omvatten, maar inmiddels ook overslaat op andere werelddelen.

In sommige landen, zoals Sri Lanka, Pakistan en Ethiopië, is de aanwezigheid van China al overweldigend, maar in de landen van Latijns-Amerika vordert Beijings expansie maar moeizaam.

In geen enkele regio reikt de invloed van China zo ver als in de landen aan de Mekong. Dat komt om te beginnen door de geografische en culturele nabijheid van China, door historische banden die eeuwen teruggaan. Maar in de eerste plaats komt dat doordat China in Zuidoost-Azië een strategisch, samenhangend plan volgt, dat veel verder gaat dan elk afzonderlijk project.

Aan de Mekong is een nieuwe wereldmacht te zien, die zich zorgvuldig heeft voorbereid op de omstandigheden in de verschillende landen: de geschiedenis, het ontwikkelingsniveau, de economische behoeften, het politieke stelsel, de diplomatieke en militaire voorkeuren.

Hoe gaat China daarbij concreet te werk? Hoe speelt het land zijn bijzondere middelen en capaciteiten uit om zijn invloed te versterken? Als de plannen van de Chinese leiders niet worden doorkruist door een politieke of economische crisis, worden vroeg of laat ook andere landen en regio’s met deze vragen geconfronteerd.