Süddeutsche Zeitung  | München

Wat moet er van ons continent terechtkomen? Op visite bij de man die jarenlang burgemeester van Schengen is geweest. Hij is een fervent voorstander van de Europese gedachte en een even fervent tegenstander van grenscontroles. 

‘Paspoortcontrole. Iedereen lachen graag.’ Een jonge Duitse politieagent in een felgeel hesje komt wijdbeens voor in de groene touringcar staan. Met zijn wijsvingers maakt hij een gebaar van zijn mondhoeken naar zijn slapen en tekent zo een overdreven glimlach. ‘Smile please!’

Een maandagmiddag aan de grenspost Walserberg tussen Oostenrijk en Duitsland. Jarenlang kon je op dit stukje snelweg gewoon doorrijden, want beide landen behoren tot de 26 landen die het Verdrag van Schengen hebben ondertekend en dus afzien van paspoortcontroles aan de binnengrenzen. Maar nadat hier in het najaar van 2015 honderdduizenden vluchtelingen de grens passeerden, wordt er weer gecontroleerd. Ook nu deze aantallen allang verleden tijd zijn, heeft minister van Binnenlandse Zaken Horst See­hofer de grenscontroles onlangs opnieuw verlengd, tot november 2019.

Het zou ‘om redenen van migratie- en veiligheidspolitiek’ nog niet verantwoord zijn daarvan af te zien, zei hij. Zeven andere landen, waaronder Frankrijk, Oostenrijk, Zweden en Denemarken, zien dat ook zo. Ze hebben allemaal weer grensbewaking ingesteld. Schengen is mislukt, roepen rechtse politici, zoals de cofractieleider van de AfD, Alice Weidel, en de voorzitter van het Rassemblement National, Marine Le Pen, die eisen dat de grenzen weer hermetisch gesloten worden.

Europamuseum

Roger Weber snuift als hij over Walserberg hoort en fronst zijn voorhoofd. ‘Europa kan niet meer leven met grenzen,’ zegt de 67-jarige Luxemburger in vloeiend Duits waar een vleugje Letzeburgs en Frans in te horen is, waardoor zijn ‘nicht’ als ‘nischt’ klinkt. Voor Weber zijn paspoortcontroles een relict uit lang vervlogen tijden. Dat die nu op veel plaatsen in de EU weer normaal zijn, ergert hem zichtbaar. Tien jaar is Weber burgemeester van Schengen geweest, het Luxemburgse dorp aan de Moezel bij het drielandenpunt met Frankrijk en Duitsland, waar het historische verdrag zijn naam aan ontleent. Nu zit hij in zijn blauwe pak, het dunne witte haar een beetje in de war, in het oudste gebouw van het 500 inwoners tellende plaatsje. Achter hem aan de muur hangen foto’s in gouden lijstjes: Weber met Jean-Claude Juncker, Weber met Martin Schulz, ook Angela Merkel en de paus zijn al op bezoek geweest.

Elk jaar komen er tegen de 40.000 bezoekers naar Schengen, waaronder veel politici. Maar ook toeristen uit China en Turkije, en natuurlijk nog veel meer uit de EU. Voor die laatste groep is Schengen bijna een bedevaartsoord. Voor de droom van een Europa zonder grenzen, met inbegrip van de Europese idealen van vrijheid en een naar elkaar toegegroeid Europa. ‘Schengen is het bekendste dorp ter wereld. Na Bethlehem dan,’ zegt hij met een ondeugend lachje. Je mag Weber gerust mister Schengen noemen, zo heftig roert hij zich over het verdrag.

Hij zorgde ervoor dat in het wijndorpje een Europamuseum werd opgericht, en een shop voor toeristen en Europagekken waar je uit een automaat een paars nuleurobiljet kunt kopen. Nu marcheert Weber langs de gietijzeren sterren die hij aan de oever van de Moezel heeft laten neerzetten en die Europa symboliseren.

Tegenwoordig doen 26 Europese landen mee aan Schengen. Het verdrag gold jarenlang als een succesverhaal. Maar na de terreuraanslagen en het toenemende aantal vluchtelingen in het najaar van 2015 nam het aantal landen dat zijn grenzen liever zelf wilde bewaken toe. Zoals Duitsland, ook al werd het daarvoor berispt door deskundigen en de Europese Commissie.