The New York Times  | New York

‘Paniek’ was lange tijd een verboden woord in het klimaatdebat. Niet zo verrassend misschien, want de gevolgen van de klimaatverandering zijn te groot en te traumatisch om ten volle te kunnen bevatten. Maar wegkijken is geen optie meer, betoogt David Wallace-Wells.

Het tijdperk van klimaatpaniek is aangebroken. Vorige zomer werd het hele noordelijk halfrond geteisterd door een hittegolf die het leven kostte aan tientallen mensen, van Quebec tot Japan. Een paar allesverwoestende bosbranden, de ergste in de geschiedenis van Californië, legden meer dan 400 duizend hectare land in de as. De hitte was dusdanig dat de autobanden en de sneakers van de mensen die aan de vlammen probeerden te ontkomen smolten. Door orkanen in de Pacific zagen drie miljoen mensen in China zich gedwongen te vluchten en werd Hawaï’s East Island grotendeels weggevaagd.

We leven tegenwoordig in een wereld die sinds eind negentiende eeuw, toen men wereldwijd records begon bij te houden, slecht 1 graad Celsius warmer is geworden. Maar nu stoten we meer opwarmende CO2 uit dan ooit in de menselijke geschiedenis sinds het begin van de industrialisatie.

In oktober kwam het IPCC van de Verenigde Naties met het zogenaamde Doomsday-rapport – ‘een oorverdovend, indringend rookalarm dat in de keuken afgaat’, zoals een VN-functionaris het beschreef – waarin de klimaatopwarming wordt vastgesteld op 1,5 tot 2 graden Celsius. Bij de opening van een belangrijke VN-conferentie twee maanden later zei David Attenborough, de zoetgevooisde stem van BBC’s Planet Earth en nu het milieugeweten van de Engelssprekende wereld, het nog grimmiger: ‘Als we niets ondernemen,’ zei hij, ‘staat ons de ineenstorting van onze beschavingen en de uitsterving van een groot deel van de natuur te wachten.’

Wetenschappers denken er al een tijd zo over. Maar ze hebben er niet vaak op die manier over gepraat. Gedurende tientallen jaren waren er maar weinig dingen die bij klimaatwetenschappers een slechtere reputatie hadden dan ‘alarmisme’. Dat is een beetje vreemd. Je hoort meestal niet van experts op het gebied van de gezondheidszorg dat je voorzichtig moet zijn als je over, bijvoorbeeld, de risico’s van kankerverwekkende stoffen praat. De klimatoloog James Hansen, die in 1988 voor het Amerikaans Congres een verklaring aflegde over de opwarming van de aarde, heeft dat fenomeen ‘wetenschappelijke terughoudendheid’ genoemd en zijn collega’s erop aangesproken: dat ze hun bevindingen zo gewetensvol bewerkten dat niet goed overkwam hoe groot de dreiging werkelijk was.

Je hoort meestal niet van experts op het gebied van de gezondheidszorg dat je voorzichtig moet zijn als je over, bijvoorbeeld, de risico’s van kankerverwekkende stoffen praat