Foreign Policy  | Washington D.C.

Terwijl het dodental in Jemen stijgt, roepen overal ter wereld landen op tot een economische, religieuze en politieke boycot van Saoedi-Arabië.  

Het stijgende aantal dodelijke slachtoffers van Saoedische bommen in Jemen, de afschuwelijke moord op Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanbul en Riyads agressieve aanpak van de Irancrisis hebben ertoe geleid dat sommige soennitische bondgenoten van Saoedi-Arabië hun trouwe steun aan het koninkrijk heroverwegen.

Eind april heeft de belangrijkste soennitische geestelijke, grootmoefti Sadiq al-Ghariani, alle moslims opgeroepen de hadj – de verplichte pelgrimstocht naar Mekka – te boycotten. Hij stelde zelfs dat iedereen die een tweede pelgrimstocht ondernam ‘eerder een zonde beging dan een goede daad verrichtte’. De redenering achter deze boycot is dat het stimuleren van de economie van Saoedi-Arabië met deze pelgrimstochten steeds meer wapenaankopen mogelijk maakt en daarmee directe aanvallen op Jemen – en indirecte op Syrië, Libië, Tunesië, Soedan en Algerije.

Ghariani voegde eraan toe dat ‘het spijzen van de hongerigen, het verzorgen van de zieken en het geven van onderdak aan de daklozen in de ogen van Allah meer waard is dan geld uitgeven aan de hadj’.

De invloed van Saoedi-Arabië is niet alleen te verklaren uit de politieke en militaire capaciteiten van het land, maar ook uit zijn historische banden met de islam. Omdat Mekka en Medina, de twee heiligste plekken van de islam, namelijk waar de Kaäba staat en waar de profeet Mohammed begraven ligt, beide in Saoedi-Arabië liggen, reikt de invloed van dat land veel verder dan die van zijn Arabische buren. Tijdens de jaarlijkse hadj komen meer dan 2,3 miljoen moslims van alle stromingen naar Mekka, en nog vele anderen komen in de rest van het jaar; een bezoek brengen aan Saoedi-Arabië is een doel dat veel moslims overal ter wereld zich hebben gesteld.

De heilige plek Mekka waar de profeet Mohammed begraven ligt. – © Unsplash