The New York Times | New York

Russell Shorto zocht naar de nalatenschap van de Nederlanders die in de zeventiende eeuw de kolonie Nieuw-Nederland stichtten, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan. Hij vond overal Nederlandse tintjes, vooral in de Hudsonvallei.

Sommige mensen reizen met een bepaald doel: om het verleden in het heden te vinden. Dat lukt je natuurlijk nooit, omdat het heden zo sterk aanwezig is. Maar in een onvoorspelbare wereld waarin alles snel gaat, kan gerichtheid op de geschiedenis je wortels geven en een perspectief bieden. Dat was mijn bedoeling toen ik onlangs op reis ging om naar de oorsprong van New York te zoeken.

Aan het begin van de zeventiende eeuw stichtten de Nederlanders een kolonie genaamd Nieuw-Nederland, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan. Dit was de basis van waaruit ze aanspraak maakten op de Nieuwe Wereld, en van waaruit ze strijd leverden tegen hun aartsvijand Engeland, die koloniën had in New England en Virginia. De Engelsen beslisten de machtsstrijd in hun voordeel met de overname van Nieuw-Amsterdam in 1664, dat herdoopt werd tot New York.

Nieuw-Nederland mag dan geschiedenis zijn, zijn nalatenschap verschuilt zich in het volle zicht. Je kunt haar vinden in oude huizen en schuren, in straatpatronen en in wijknamen in New York, van Harlem tot Rotterdam, van Breuckelen (nu Brooklyn) tot Rensselaer. En in de Amerikaanse cultuur in bredere zin: cookies zijn Nederlands, net als coleslaw. Deze kleinschalige nalatenschappen verhullen grotere erfenissen. De Nederlanders van de zeventiende eeuw waren pioniers op het gebied van vrijhandel en religieuze tolerantie, belangrijke ingrediënten voor de ontwikkeling van wat komen zou: New York zelf.

Vijftien jaar geleden schreef ik Eiland in het hart van de wereld, over de stichting van Nieuw-Amsterdam door de Nederlanders. De laatste tijd speel ik met het idee om die tijd opnieuw te bezoeken in een ander boek. Om terug te gaan naar die periode reisde ik een weekend door het voormalige Nederlandse landschap, toevallig ook een van de mooiste delen van de staat New York. Ik had geen grondige zoektocht naar elk mogelijk restant voor ogen, maar meer een luchtig georkestreerde rit met gesprekken met de plaatselijke bevolking en ontmoetingen met historici en anderen die me een perspectief konden bieden. Het zou een nieuwe onderdompeling in het verleden worden, een bezoek aan de staat New York voordat het New York was.

Er zijn tal van plekken in Brooklyn, elders op Long Island en in Manhattan die de Nederlandse tijd weerspiegelen. Maar ik besloot me te concentreren op de Hudsonvallei, de ruggegraat van de Nederlandse kolonie. Dus na een snelle rondwandeling door wat Nieuw-Amsterdam was geweest, van Battery Park tot Wall Street, stapte ik in mijn auto en zette koers naar het noorden.

Manhattan uit rijden stelt je altijd voor uitdagingen, maar zelfs die hadden een Nederlands tintje. In Chinatown manoeuvreerde ik in het drukke verkeer de Bowery op, ooit de weg naar een boerderij. Verder noordelijk reed ik om Nieuw-Haarlem heen, het in 1658 gestichte dorp dat Harlem in Upper Manhattan zou worden, en nam de snelweg die is vernoemd naar Henry Hudson, de Engelse zeeman in Nederlandse dienst die het gebied als eerste in kaart bracht.