UnHerd  | Londen

Vaarwel dan, gilets jaunes, schrijft John Lichfield. Weinig mensen in Frankrijk of daarbuiten durven het hardop te zeggen, maar hij verklaart de gelehesjesbeweging dood. Of op zijn minst hersendood.

Vaarwel dan, gilets jaunes. Weinig mensen in Frankrijk of daarbuiten durven het hardop te zeggen, maar ik verklaar de gelehesjesbeweging dood.

Of op zijn minst hersendood. De onconventionele, anti-elitaire massabeweging, afgelopen oktober opgebloeid in de buitenwijken en op het leeglopende platteland, bestaat niet meer in haar oorspronkelijke vorm. Ze brengt de Franse gevestigde orde niet langer in gevaar en geniet geen massale steun meer in de provincie.

De wekelijkse demonstraties gaan nog wel door, of liever gezegd: kabbelen voort. Vorig weekend was het dertigste bedrijf, de dertigste opeenvolgende zaterdag van protesten. Volgens officiële cijfers is de opkomst in heel Frankrijk gedaald tot nauwelijks tienduizend mensen, terwijl voor het eerste bedrijf – de allereerste ‘weekendstaatsgreep’, op 17 november 2018 – nog 280.000 mensen kwamen opdraven. Zeven maanden later houdt een harde kern van geobsedeerde provincialen en linkse, grootstedelijke huursoldaten de beweging in stand. Sommige zijn vredelievend, andere extreem gewelddadig.

Nog af en toe bedreigen de overgebleven rebellen de openbare orde, zoals in het weekend van 8 juni in Montpellier, toen twee- à driehonderd gele hesjes en hun antifascistische en anarchistische bondgenoten van Zwart Blok slaags raakten met de politie. Aanleiding was een onwaar gerucht, verspreid van mond op mond en via sociale media, dat twee demonstranten, onder wie een oudere vrouw, door plastic politiekogels zouden zijn gedood. Buiten kijf staat echter dat de brede, ongeleide en ongeregelde beweging uit de kleine steden en de verre buitenwijken is ingestort, deels omdat ze zo ongeleid en ongeregeld was.

De oorzaken van de opstand zijn daarmee niet weggenomen. De breuk tussen het florerende, stedelijke deel van Frankrijk en het achtergebleven suburbane en landelijke deel blijft dezelfde. Nog altijd heerst het gevoel van vervreemding en afkeer van de alledaagse politiek. Het waarderingscijfer van president Emmanuel Macron herstelde zich weliswaar iets, maar komt zelfs in de gunstigste schattingen niet uit boven de 40 procent.

Je kunt stellen dat de gelehesjesbeweging een succes is geweest: president Macron deed flinke concessies, hij beloofde 17 miljard aan belastingverlagingen en hogere pensioenen voor mensen met lage inkomens, en blies de milieubelasting op brandstof af. Maar genoeg was het niet. De gele hesjes probeerden een revolutie in gang te zetten. Ze hoopten de representatieve democratie ten val te brengen, niet alleen de brandstofprijzen te verlagen. Maar laten we eerlijk zijn, ze waren nooit met genoeg om Macron af te zetten, laat staan om de Franse staat omver te werpen.

‘Wat mij betreft is het voorbij. We hebben gedaan wat we konden, maar het is niet gelukt,’ oordeelt de Normandische gelehesjesactivist José, met wie ik al sinds november in gesprek ben. ‘We wilden het anders aanpakken, niet politiek of ideologisch zijn, mensen hun eigen leven laten inrichten en de hoogte van hun eigen belastingen bepalen, gezamenlijk beslissingen nemen. Maar uiteindelijk zaten er toch politieke spelletjes en persoonlijkheden in de weg.’ Daarbij moet ik wel vermelden dat José volgens andere lokale gele hesjes zelf een van die persoonlijkheden was die ‘in de weg’ zaten.

Drie maanden geleden begon het profiel van de deelnemers te veranderen. De eerste demonstranten kwamen uit alle geledingen: rechts, links of apolitiek, het proletariaat of de lagere middenklasse. Ze waren ondernemer of arbeider, jong, van middelbare leeftijd of oud, waren rationeel of zagen overal samenzweringen. Maar vanaf maart werden de demonstranten elke zaterdag jonger, stedelijker en openlijker links.