Neue Zürcher Zeitung. | Zürich

Zinderende dagen langs het water, zomers die nooit ophouden, het liefst met een zwembad binnen handbereik. Het hemelsblauwe paradijs heeft ontegenzeggelijk een stempel op de beeldcultuur gedrukt.

’S Zomers lijken dagen aan het water eindeloos te duren. Een verwaaid lachje aan de rand van het bassin, het geluid van water. Het doet me denken aan mijn mooie vriendin Wanda, die met hangende schouders aan haar zwembad zit; onder het trapezevormige, witte schildje dat haar cosmetisch geopereerde neus verbergt, kijkt ze droevig en gelukkig tegelijk. Naast haar op zijn stretcher ligt haar man, Walt, een biertje te drinken en wat over zijn iPad te vegen. Ver weg klinkt het geluid van het cricketveld, gehinnik van een paard.

Bij Wanda in Malibu was het altijd zon en zomer, de eeuwige zomer van het eigen zwembad. Zwemmen in de tuin, een beetje rondlummelen op flamingokleurige luchtbedden, net als gangsters en filmsterren. Margarita’s drinken en vanaf je ligbed naar de pool boy staren of hem bezweet, te bruin en duizelig van de zon afsnauwen omdat hij het insectennet niet goed vasthoudt, zoals in de film Sexy Beast.

Zwembaden zijn zinderende poëzie, uitgegraven in je eigen tuin. Zwembaden, dat zijn vliegen die ’s zomers op het water drijven en aan bungelende benen blijven kleven. Aan een verlicht zwembad heb je ’s avonds belangrijke en verboden gesprekken.

Overdag ben je, dobberend op je rug, hemel en water tegelijk, een zorgeloze amfibie. De geluiden van de wereld zijn gedempt, alsof daar beneden op de bodem een orkest in krabbenkostuum muziek zit te maken. Zwembaden zijn existentiële oorden van lome activiteit, ennui en vergetelheid, sarcofagen van parelmoergroene of dolfijnblauwe steen.

Zwembadscènes

Aan het zwembad ontstaan de mooiste zomerfoto’s. Fotografen als Julius Shulman en Slim Aarons maakten aan de rand van het zwembad bewonderenswaardige opnames van etherische, goed gekapte mensen in een exquise omgeving. In de mode- en filmfotografie zien we zwembadscènes met zorgeloze, charmante, van elke dwang van werk en ouderdom bevrijde lichamen, die uit zo’n andere realiteit lijken te komen dat je gaat denken dat het Aards Paradijs weer is teruggevonden.

Is een eigen zwembad meer dan luxe, hedonisme, extravagantie? Waarom is het zo fascinerend? Literatuur en film zitten vol mensen die aan of in zwembaden sterven, seks hebben of een existentiële crisis doormaken. In The Great Gatsby wordt het hoofdpersonage doodgeschoten in het zwembad, Marilyn Monroe liet er haar laatste foto’s maken, niets heeft zo zijn stempel op de beeldcultuur gedrukt als het Californische zwembad.

William Randolph Hearsts zinderende Neptunusbad van zwart-wit marmer, James Bonds dakterrassen met zwembassins vol haaien en moordenaars, Faye Dunaway die op een zomerochtend in Los Angeles bijna verveeld op een witte designstoel aan de rand van een zwembad hangt, op de grond om zich heen wat tijdschriften en de eerste Oscar die ze onlangs heeft gewonnen.