The Guardian  | Londen

Toen een Uber zonder bestuurder een voetganger doodreed, leek het erop dat de zelfrijdende auto voorgoed tot stilstand zou komen. Maar Google denkt dat de robotrevolutie er wel degelijk aan komt.

Op het gemillimeterde gazon van een openbare bibliotheek in Chandler (Arizona) staat Liisa Walimaa te wachten op een robot die haar naar warenhuis Macy’s zal brengen. Walimaa neemt in deze voorstad van Phoenix nu al een jaar deel aan een zorgvuldig besloten gehouden experiment van Waymo, een bedrijfsonderdeel van Alphabet (moedermaatschappij van Google), dat de grootste verandering in het wereldwijde vervoer kan brengen sinds de vervanging van het paard door de auto.

Geautomatiseerde voertuigen beloven minder verkeersongelukken, goedkopere ritten en grotere mobiliteit voor blinden en andere mensen met een handicap. Maar ze kunnen ook miljoenen banen kosten, een bedreiging vormen voor de uitgaven voor openbaar vervoer en verzekeringen op hun kop zetten. Technologiebedrijven gebruiken graag het woord ‘disruptie’, maar wat er in Chandler gebeurt is dat woord ook echt waard.

Er zijn wel tegenvallers geweest (en er zullen er meer volgen) en het project is langzamer gevorderd dan aanvankelijk was beloofd, maar Walimaa denkt dat zelfrijdende voertuigen binnen vijf à tien jaar een even plausibele keuze-mogelijkheid zullen zijn als de fiets, de taxi of de eigen auto. Zelf weet deze in Groot-Brittannië geboren schrijfster en yogalerares op dit moment wel waar haar voorkeur naar uitgaat: ‘Ik heb zo genoeg van autorijden,’ zegt ze. ‘Ik ben dol op mijn auto, maar ik heb geen zin meer om te rijden.’

‘Early rider’-programma

Walimaa is een van de circa vierhonderd mensen die werden geselecteerd voor het ‘early rider’-programma van Waymo. Tot nu toe hebben de deelnemers nog niet eerder met de pers mogen praten. ‘Ik heb altijd meer vertrouwen in een Waymo dan in een Uber,’ zegt Walimaa in haar eerste interview over haar ervaringen. ‘Omdat ik weet dat het systeem betrouwbaar is. Ik denk echt dat het veiliger is.’

Er stopt een witte minibus, een Chrysler Pacifica, met wat lijkt op een bovenmaats zwart taxilicht. Voorin zit iemand – Waymo laat in sommige ritten nog steeds toezichthouders meerijden – en daar gaan we. Het heeft iets griezeligs om het stuurwiel uit zichzelf te zien draaien terwijl de persoon voorin niets doet, maar verder is er absoluut niets opmerkelijks aan de rit over de brede, vlakke straten van Chandler. Op een scherm zie je onze route en de positie van auto’s, mensen en fietsen om ons heen. Lijkt ons voertuig wat langzaam in de bocht naar links? Misschien. Wat aan de voorzichtige kant, zeker. Maar het voelt ook volkomen veilig.

In het jaar dat Walimaa deze dienst heeft getest, is die enorm verbeterd, zegt ze. Toen ze begon, nam Waymo soms wel erg ‘interessante’ routes: ‘Eén keer was ik heel benieuwd wat er ging gebeuren, toen het systeem besloot door een park te gaan en niet over de weg.’ In twee op de tien ritten moet de toezichthouder ingrijpen, vertelt ze nonchalant. Dat lijkt mij best vaak – en ik controleer mijn gordel. Maar volgens Walimaa gaat het dan om ‘onbelangrijke dingetjes’. Op één rit werd het voertuig ‘eigenwijs’, maar ze is geen moment in gevaar geweest en de toezichthouder nam de besturing over. En als er geen toezichthouder was? ‘Negen maanden geleden had ik misschien iets anders gezegd, maar nu zou ik gewoon contact opnemen met Waymo om het op te lossen.’