Wall Street Journal  | New York

Kroonprins Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië doet er alles aan om een ‘in zichzelf gekeerd en volledig van olie afhankelijk koninkrijk’ om te vormen tot een moderne economie. Voor 500 miljard dollar bouwt hij aan een fantasiestad midden in de woestijn.

Sharma is een kustgebied in het noordwesten van Saoedi-Arabië, zo onherbergzaam dat een adviesbureau er maar twee natuurlijke hulpbronnen kan ontwaren: zonlicht en ‘een eindeloze hoeveelheid zout water’. Maar toen de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zijn helikopter hier een paar jaar geleden aan de grond zette, zag hij geen woestenij. Hij zag de toekomst: hij vatte het plan op om hier voor vijfhonderd miljard dollar een nieuwe stad uit de grond te stampen. Aan de kale kust van dit 25.000 vierkante kilometer grote, rotsachtige woestijngebied moet de meest leefbare stadstaat ter wereld verrijzen, met de best betaalde banen ter wereld om ‘de knapste koppen en grootste talenten ter wereld’ te lokken. Die gaan dan met vliegende robottaxi’s naar hun werk terwijl robots hun huis schoonmaken.

Een stad die Silicon Valley overtreft in technologie, Hollywood in entertainment en de Franse Rivièra in vakantiegevoel. Met bovendien een project om mensen sterker te maken middels genetische manipulatie.

Al deze ideeën worden uiteengezet in vertrouwelijke documenten van de adviesbureaus Boston Consulting Group, McKinsey en Oliver Wyman, die The Wall Street Journal heeft ingezien en besproken met degenen die betrokken zijn bij dit project, dat Neom is gedoopt, een samentrekking van het Griekse woord voor ‘nieuw’ en het Arabisch voor ‘toekomst’.

De adviseurs die Mohammed bin Salman (kortweg MBS) voor de verwezenlijking van zijn fantasiestad heeft ingeschakeld, hebben een dure mix gebrouwen van sciencefiction vermengd met zakelijke modekreten en gelardeerd met een paar minder verkwikkelijke feiten: de gedwongen verhuizing van lokale stammen en een door advocatenkantoor Latham & Watkins ontwikkeld en ‘onafhankelijk’ genoemd rechtsstelsel waarin de rechters direct verantwoording afleggen aan de koning en rechtspreken op basis van de sharia, de islamitische wetgeving. ‘Het moet een geautomatiseerde stad worden waarin we alles kunnen zien,’ was volgens de documenten een eis van de door MBS aangevoerde bestuursraad.

Een stad ‘waar een computer melding kan maken van misdaden zonder dat er aangifte hoeft te worden gedaan, en waar alle burgers gevolgd kunnen worden’.

Blik naar buiten

Neom is de kern van Bin Salmans poging om een in zichzelf gekeerd en volledig van olie afhankelijk koninkrijk om te vormen tot een land met de blik naar buiten en een diverse economie. MBS wil dat Saoedi-Arabië zijn olieopbrengsten niet langer allemaal in het buitenland uitgeeft, maar zelf goederen en diensten gaat produceren die de Saoedi’s nu nog van ver weg halen. Hij wil met Neom een gebied ter grootte van Massachusetts [iets kleiner dan België] omtoveren tot een economische regio met autofabrieken, ziekenhuizen, technologiebedrijven en vakantieoorden, en zo de binnenlandse bestedingen in het land opkrikken.

Dat hij liever vijfhonderd miljard aan zo’n volledig nieuw te bouwen stad uitgeeft dan het geld in bestaande steden te investeren, is niet alleen tekenend voor Bin Salmans enorme ambitie, maar ook voor de aloude problemen waarmee het land kampt. Buitenlandse bedrijven willen er allang niet meer investeren vanwege de ondoorzichtige rechtspraak, de corruptie en de maatschappelijke beperkingen, zoals het alcoholverbod en de afhankelijke positie van vrouwen, die toestemming van een mannelijk familielid nodig hebben om te mogen reizen. MBS heeft gemerkt dat deze verschijnselen zo diepgeworteld zijn dat het makkelijker is om een totaal nieuwe stad te ontwikkelen dan de bestaande steden te hervormen.

Maar de bouw van Neom kost geld dat Saoedi-Arabië niet heeft. Het land heeft de laatste tijd een begrotingstekort en MBS heeft zijn geld in ongewisse investeringen gestopt.

De grote inbreng van buitenlandse adviesbureaus legt nog een ander diepgeworteld probleem bloot. Saoedi-Arabië is een jong land dat pas in 1957 zijn eerste universiteit kreeg en daardoor altijd gebrek heeft gehad aan kennis op het gebied van planning, techniek en management. Vandaar dat het aanklopt bij buitenlandse deskundigen zoals McKinsey, een bedrijf dat al meer dan veertig jaar in Saoedi-Arabië actief is.