The New York Times   | New York

Afrika beschikt over ongeveer 65 procent van ’s werelds beste onbenutte landbouwgrond en importeert jaarlijks voor meer dan 35 miljard dollar aan voedsel. De Ghanese overheid probeert nu met een ambitieus project de landbouwcapaciteit te vergroten en jongeren, die massaal op zoek zijn naar werk in de steden, weer terug naar de boerderij te lokken.

Na het behalen van zijn universitaire graad durfde Vozbeth Kofi Azumah zelfs aan zijn moeder niet goed te vertellen hoe hij voortaan de kost wilde verdienen. ‘Ik ben boer,’ zegt hij tijdens een middag waarop hij met een motorfiets tussen zijn pas geploegde akkers heen en weer tuft. ‘Dat vinden ze hier een afgang.’

In sommige delen van de wereld genieten boeren genoeg aanzien en is de verbouw van gewassen een eerzaam beroep. Maar in een regio waar de meeste boeren hooguit genoeg verbouwen om hun eigen gezin te voeden – met een machete, een schoffel en veel bidden om regen – is landbouw nog synoniem aan armoede. Azumah behoort echter tot een groeiend aantal jonge hoogopgeleide Afrikanen die in hun poging de landbouw te professionaliseren dat stigma bestrijden. Met een wetenschappelijke aanpak en apps voor data-analyse willen ze niet alleen hun opbrengst verhogen, maar aantonen dat er in de landbouw ook geld te verdienen valt. Ze noemen zichzelf ‘agripreneurs’.

Dat is nog een hele uitdaging. Gebrekkige distributienetwerken, slechte wegen en een wisselvallige watervoorziening zijn ook voor de beste boer al een flinke hindernis, en deze agrariërs in spe zijn niet opgeleid als boer en hebben nauwelijks ervaring in het vak. Toch hopen ze er de kost mee te verdienen en zo eindelijk iets te veranderen aan een beschamende rekensom: dat dit continent enerzijds over circa 65 procent van ’s werelds beste onbenutte landbouwgrond beschikt, maar volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank jaarlijks voor meer dan 35 miljard dollar aan voedsel importeert.

Toekomst op het spel

In Ghana vinden deze agrarische ondernemers steun bij de overheid, die bezig is met een ambitieus project om de landbouwcapaciteit van het land te vergroten en jongeren terug naar de boerderij te lokken. Net als elders in Afrika is de boerenstand hier aan het vergrijzen: jongeren op zoek naar een baan trekken massaal naar de steden, waar de jeugdwerkloosheid de pan uitrijst. Maar sommige jongeren gaan dus tegen de trend in, stropen de mouwen op en zeggen een goede baan vaarwel om boer te worden. Het zijn meestal mensen die de middelen hebben om een flinke hoeveelheid grond te kopen of pachten en die financieel tegen een stootje kunnen. Hoe je kippen moet houden of gewassen verbouwen weten ze vaak alleen van YouTube-filmpjes. Maar ze worden gedreven door het gevoel dat de economische toekomst van Afrika op het spel staat.

‘We moeten landbouw sexy maken,’ zegt Emmanuel Ansah-Amprofi op zijn boerderij in Gomoa Mpota (in de regio Central), waar loonarbeiders keurige rijtjes cassave poten. Een paar jaar geleden werkte Ansah-Amprofi (39) als advocaat gespecialiseerd in immigratiewetgeving. Op een dag merkte hij dat de ui die hij op een lokale markt kocht, uit Nederland geïmporteerd was. ‘Ik was echt boos op ons land,’ zegt hij. ‘Hoe kunnen we zo veel groente importeren, terwijl hier zo veel jongeren werkloos zijn? Hoe is het mogelijk dat wij in ons land, met zo veel akkergrond, goed weer en genoeg water toch nog uien importeren? Ik ben meteen naar huis gegaan om “Hoe moeilijk is het verbouwen van gewassen?” te googelen.’

Twee jaar later, in 2016, begon hij een landbouwbedrijf waar hij verschillende soorten groente en fruit verbouwt. Ook heeft hij meegewerkt aan de oprichting van Trotro Tractor, een app waarmee deeltractors kunnen worden gehuurd door boeren die hun akker voorheen met de hand ploegden.