New Scientist  | Londen

‘Geurprospectors’ reizen de wereld af op zoek naar nieuwe geuren voor parfumbedrijven – hoe complexer, hoe beter, lijkt het wel. Ondertussen zijn neurologen, psychologen en zelfs AI-specialisten hard bezig een antwoord te vinden op die ene, voor deze miljardenindustrie cruciale vraag: wat ruikt lekker en waarom?

Iquitos is geen stad waar je makkelijk kunt komen: diep in het Peruaanse Amazonegebied en alleen bereikbaar per vliegtuig of boot, want niet door wegen met de rest van de wereld verbonden. Maar voor Stéphane Piquart maakt juist die afgelegenheid deze plek zo aantrekkelijk. Als ‘geurprospector’ voor zijn Franse bedrijf Behave ging hij naar Iquitos, op zoek naar nieuwe geuren. Hij zocht met name naar de geurige wortel van een plant die door de lokale Shipibo-stam verwerkt wordt in een soort liefdes- of vriendschapsdrank. Die wortel, die de Shipibo piri-piri noemen, heeft een markant fruitig en leerachtig aroma dat Piquart in de parfumwereld heeft geïntroduceerd.

Dat er in zulke afgelegen gebieden naar nieuwe geuren wordt gejaagd, geeft wel aan hoezeer parfummakers verlangen naar nieuwe succesformules. De reden is dat er in hun industrie zo veel geld omgaat. Er viel altijd al goed mee te verdienen, maar tegenwoordig is de wereldwijde omzet echt gigantisch: jaarlijks wordt er voor 70 miljard aan geurtjes verkocht – niet alleen parfum, maar alles van zeep en shampoo tot geurkaarsen en luchtverfrissers. Een hele hoop geld voor wat lekkere luchtjes. Maar waarom vinden we bepaalde geuren zo lekker?

Een lastige vraag, want van al onze zintuigen is uitgerekend onze reukzin nog het grootste mysterie. Terwijl neurologen, psychologen en zelfs AI-specialisten nog hard bezig zijn om te ontraadselen hoe wij geur waarnemen, bedenken geuronderzoekers nieuwe manieren om onze reukcellen te prikkelen.

Les één

Les één voor wie een goed parfum wil maken, is dat elke cultuur zijn eigen ideeën heeft over wat lekker ruikt. ‘In Europa zijn mensen dol op anijs,’ zegt Christophe Laudamiel, een meester-parfumeur met ateliers in New York en Berlijn. ‘Maar in Amerika zou ik het niet in mijn hoofd halen om dat in een parfum te stoppen.’ Andersom is men in Noord-Amerika weer dol op de geur van bergthee, onder meer doordat dit een hoofdingrediënt is van een populaire frisdrank (root beer). Europeanen vinden dat niet lekker ruiken omdat het ze aan tijgerbalsem doet denken.

De manier waarop we geuren waarderen wordt in sterke mate bepaald door persoonlijke ervaringen. Anders dan bij de andere zintuigen gaan de zenuwsignalen van onze reukzin direct naar het limbisch systeem, het primitieve deel van onze hersenen waar ons geheugen en onze emoties zetelen. Of we bepaalde geuren aangenaam vinden of niet hangt dus samen met de herinneringen die ze wekken en de emoties die daaraan verbonden zijn. ‘Een simpel voorbeeld is kruidnagel,’ zegt Charles Sell, een gepensioneerd scheikundige die vroeger bij Givaudan werkte, de grootste producent van geur- en smaakstoffen ter wereld. ‘Ik ben daar dol op, want mijn moeder bakte vroeger vaak appeltaart met kruidnagel erin. Maar kruidnagelolie wordt ook gebruikt in de tandheelkunde, dus iemand die ooit een nare tandartservaring heeft gehad waarbij dat werd gebruikt, zal het geen fijne geur vinden.’

Hij stelt zelfs zonder meer dat al onze geurvoorkeuren zijn aangeleerd, van onze voorliefde voor vanille tot onze afkeer van rottingsgeuren. Ter illustratie wijst hij op de ongebreidelde nieuwsgierigheid van kleine kinderen. ‘Die kunnen rustig dingen doen waar een volwassene van gruwt, zoals proeven van de inhoud van hun luier,’ zegt Sell. ‘Door de onmiddellijke afwerende reactie van hun ouders leren ze dat dat vies is.’

Veel deskundigen delen die mening, al is er niet heel veel hard bewijs om die te staven. Er zijn wel studies die uitwijzen dat exact hetzelfde geurmolecuul net zo goed lekker als vies kan worden gevonden, afhankelijk van de gewekte associatie. Zo bevatten veel kazen dezelfde geurmolecuul (isovaleriaanzuur) als zweetsokken, zegt Andreas Keller, reukonderzoeker en onafhankelijk consultant in New York. ‘Als je mensen vertelt dat het een kaasgeur is, vindt iedereen het lekker. En zeg je dat het sokken zijn, dan vindt niemand het lekker,’ zegt hij. ‘De geur was exact hetzelfde, de waardering totaal verschillend. Duidelijk aangeleerd dus.’