Süddeutsche Zeitung  | München

Fusarium oxysporum f. sp. Cubense, Tropical Race 4, een kwaadaardige bananenschimmel, verwoest plantages in heel Zuid-Amerika. Schaarste en uitsterving dreigt. Is de banaan nog te redden?

Onlangs heeft de schimmel met de onheilspellende naam Fusarium oxysporum f. sp. Cubense, Tropical Race 4 Zuid-Amerika bereikt, of beter gezegd Colombia. In juli zijn de eerste plantages in quarantaine geplaatst en een paar dagen geleden heeft de regering de noodtoestand
uitgeroepen. Al lange tijd werd hiervoor gevreesd. TR 4, zoals de schimmel kortweg wordt genoemd – heeft zich sinds de jaren negentig van de vorige eeuw eerst in Oost- en Zuidoost-Azië en Australië verspreid, en uiteindelijk de sprong naar het Midden-Oosten en Mozambique weten te maken. Nu is hij op de plek waar hij de grootste schade kan aanrichten, in Zuid-Amerika. Nagenoeg alle bananen op de Duitse markt komen daarvandaan. De meeste komen uit Ecuador – en uit Colombia. De tegenstander waarmee de Colombiaanse boeren nu te maken hebben, dringt via de wortels de bomen binnen, neemt met uiterst fijne draden bezit van de stam en zoekt langzaam maar zeker zijn weg naar de vlezige bladscheden, waar hij de watertoevoer afsluit. De bladeren verwelken en worden geel, de bomen gaan dood. De boeren moeten alles verbranden en hun velden in quarantaine plaatsen – hoewel zelfs dat maar tot op zekere hoogte helpt vanwege de sporen in de bodem.

De schimmel heeft al eens huisgehouden in de bananenwereld, meer dan vijftig jaar geleden. Hij heette destijds nog simpelweg R1 en de banaan droeg de naam Gros Michel. In de jaren zestig domineerde die soort de markt. Maar toen dook R1 als eerste in Panama op en uiteindelijk werd de Gros Michel weggevaagd. Sindsdien heet de schimmelinfectie ook wel de Panamaziekte.

Cavendish-banaan

De tegenwoordig dominante Cavendish-banaan wordt nu een zelfde lot voorspeld. Het donkerste scenario is de ineenstorting van de bananenindustrie en het einde van de lievelingsvrucht na een fase van grote schaarste, die al snel ook in Duitse supermarkten merkbaar zal zijn.

Heel vergezocht is dat niet, want voor de Gros Michel was er tenminste een alternatief, namelijk de Cavendish. Voor de Cavendish is daarentegen geen vervanger beschikbaar. Toch hoopt men dat het gele fruit zal worden gered door de komst van een nieuwe banaan, een resistente soort die kan wat verder alleen wilde bananen kunnen: de Fusarium-schimmel trotseren.

Dat is echter niet zo eenvoudig. De gangbare manier van telen is een probleem voor de banaan. De moderne planten worden niet meer geslachtelijk vermeerderd, maar uit het weefsel van de planten gekloond. Bovendien hebben ze in plaats van twee – zoals de wilde varianten – meestal drie sets chromosomen. Kruisingen van oud en nieuw zijn daarom niet zo eenvoudig te realiseren. Alle hoop was daarom gericht op spontane mutaties in de nakomelingen van de Cavendish, die na ijverig te zijn vermeerderd, vanzelf resistente varianten zouden voortbrengen.

En die zijn er door een intensieve selectie van klonen ook gekomen: de Giant Cavendish Tissue Culture Variants (GCTCV’s). Enkele van deze varianten zijn wat minder vatbaar voor Fusarium. Deskundigen betwijfelen echter of deze tolerantie bij de teelt stabiel blijft, want ook de schimmel past zich uiteindelijk aan. Daarom wil men graag iets nieuws, iets beters, maar dat zal via de natuurlijke weg haast niet te realiseren zijn.