The New York Times | New York

Macht is het vertrouwen om te spreken. Zodra je spreekt, stel je je bloot aan de kritiek van de wereld. Maar door te spreken kun je ook standpunten en waarden uitdragen die anders niet gehoord zouden worden.

Voor mij is praten altijd problematisch geweest.

Het is dan ook niet zo gek dat ik schrijver ben geworden. Nu kan ik een opzet maken, twijfelen, schaven, mijn tekst talloze keren herschrijven totdat ik uiteindelijk iets op papier heb waar ik echt mee kan leven.

In 1976 emigreerden mijn moeder, mijn vader, mijn twee zussen en ik naar de Verenigde Staten. Ik was zeven. We verhuisden van Seoul naar New York en mijn vader schreef mijn zussen en mij in op Public School 102 in Elmhurst in Queens. Mijn zussen en ik konden geen van allen Engels.

Zelfs in Seoul was ik een zwijgzaam kind geweest. Ik kon moeilijk stilzitten en had moeite mijn aandacht ergens bij te houden. Ik vond school en vriendschappen ingewikkeld, en dat werd alleen maar erger toen ik naar een nieuw land verhuisde.

De eerste paar weken in Amerika waren zwaar. Er zat nog een ander Koreaans meisje in mijn klas. Ze had smalle ogen, net als ik. Zij sprak wel Engels en had vriendinnetjes. Ze wilde dat ik uit haar buurt bleef.

Op een dag moest ik tijdens de les naar de wc en ik wist niet wat ik moest doen. Toen ik het Koreaanse meisje benaderde trok ze een lelijk gezicht, maar goddank vertelde ze me dat ik mijn hand moest opsteken en ‘bassroom’ moest zeggen.

Ik zei het vreemde woord en alle kinderen begonnen te lachen. De juf drukte me een versleten houten blok in handen, dat diende als pasje om over de gang te mogen. Vanaf dat moment zei ik vrijwel geen woord meer op school, behalve als ik toestemming wilde vragen om naar de wc te gaan.