The Spectator | Londen

De weigering van de Ierse regering om bilaterale grensonderhandelingen aan te gaan is geen vorm van rancuneuze anglofobie. Het is rationale politiek, schrijft Fintan O’Toole.

Toen ik naar Boris Johnson in Dublin keek, waar hij Taoiseach [premier van Ierland] Leo Varadkar kwam vragen hem uit de nesten te helpen, viel me opnieuw op hoe desoriënterend de brexit is. De betrekkingen tussen Engeland en Ierland zijn volledig op hun kop gezet. Voor het eerst sinds Henry II in 1171 Ierland binnenviel, heeft Ierland meer macht dan Engeland. Ierland was altijd het zwakke broertje: kleiner, armer, minder invloedrijk in de wijde wereld. De meeste brexiteers vertrouwden, als ze überhaupt al aan de Ierse kant van hun plannen hadden gedacht, op een eeuwige waarheid: Dublin zou gewoon naar de pijpen van Londen moeten dansen. Dat kun je ze moeilijk kwalijk nemen, want een achthonderd jaar oude manier van denken zet je niet zomaar overboord.

Maar de lichaamstaal in Dublin was verbijsterend: Varadkar zelfverzekerd en vlot, Johnson nerveus en schutterig, met maar één onbedoeld grapje – ‘Dertig jaar, ik bedoel dertig dagen, moet genoeg zijn als we ons verstand gebruiken.’ De reden is eenvoudig: Ierland maakt deel uit van een blok van 27 landen dat groter en machtiger is dan Engeland. De brexiteers zijn woedend over de Ierse vastbeslotenheid om in de EU te blijven en beschouwen de hardnekkige weigering van de Ierse regering om bilaterale grensonderhandelingen aan te gaan als een vorm van rancuneuze anglofobie.

Terwijl het in werkelijkheid alleen maar rationele politiek is: waarom zou je een krachtige positie prijsgeven om je weer als vanouds te laten koeioneren door een grote broer? Toch is de verandering duizelingwekkend. Niemand van ons is eraan gewend. De geijkte routine van een neerbuigende houding aan de ene kant en een geprikkelde, defensieve aan de andere werkt niet meer. Johnsons zichtbare ongemak in Dublin, waaruit bleek dat hij niet kon kiezen tussen minzame kameraadschappelijkheid of nors op zijn strepen staan, sprak boekdelen.

Waarom zou je een krachtige positie prijsgeven om je weer te laten koeioneren door een grote broer?